Parlementaire redevoeringen - pagina 339
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
337
INTERPELLATIËN-MEES EN TROELSTRA. in het minst
comform de goede
hem aangaande
Wanneer de ander veem vooraf
geeft.
vraagd, zou
ik,
usantie
kan vinden, dat
hij
zulk eene particuliere audiëntie medegedeeld
aan hetgeen is,
publiciteit
van het Blauwhoedenveem of van een behoorlijk eene particuliere audiëntie had aange-
directie
gelijk ik steeds doe, daarbij
de conditie gesteld hebben,
dat hetgeen door mij zou verklaard worden, niet in het publiek
mocht
worden gedragen, dan na vooraf aan mij voorgelegd en door mij accoord Hiervan is in casu niets geschied. Zaterdag 20 te zijn bevonden.
December was de gewone audiëntie. Ik weet het cijfer van de personen van dien dag niet precies, maar drukke audientiën, als waarvoor zich laatst nog 141 personen opgaven, en gelijk bij het Departement van Binnenlandsche Zaken veel voorkomen, zijn allerminst geschikt om a reposée gewichtige besprekingen
tête is,
weet ik
men en
zelf
heeft mij
heb
ik
niet;
bij
mijn
te
Wie
voeren.
Departement heb
bij
m.ij
geweest
ik nagevraagd,
maar
verzekerd, dat er geen schrijven over was ingekomen, meer kunnen te weten komen, wie het was. Slechts
zelf niet
meende men te weten, dat de persoon niet van was geweest, maar van een ander veem.
het
Blauwhoedenveem
Die mijnheer nu kwam mij mededeelen, dat in Amsterdam onder de bootwerkers gisting heerschte en dat men vreesde voor eene groote staking. Dit was voor mij niets nieuws; dit feit was mij volkomen bekend. Toch kon ik hem zonder meer geen steun toezeggen. Elk aanzoek van de zijde van werkgevers om de Regeering, voordat eene staking
uitgebroken,
is
op
hun
zijde
te
krijgen,
is
door mij steeds
door mij steeds geweigerd worden. Ik. stel mij op hetzelfde standpunt, waar omgekeerd dergelijk aanbod van de zijde der werklieden komt, aangezien de Regeering moet beginnen met pertinent
afgewezen en
neutraal te
voor de
zijn.
zal
Bemiddeling kon nog minder worden toegezegd. Er kan
Regeering
tot
optreden
in
dergelijk
conflict
nooit
aanleiding
bestaan, voordat zij weet, hoe het feit zich voordoet, in welken vorm, welke voorwaarden over en weer gesteld worden, en hoe eene oplossing van den strijd mogelijk is. Toen men mij vroeg, of ik, evenals te Enschedé, bemiddelend zou
voegde ik er bovendien nog bij, dat, na de ervaring, met de werkgevers aldaar opgedaan, het allerminst bemoedigend voor mij was, mij nogmaals daaraan te wagen. Maar ik merk bovendien op, waar ik te Enschedé zoo iets kon doen, omdat het toen een strijd dat gold, dien ik door mijn inspecteurs kon laten onderzoeken en waarbij ik willen
optreden,
—
alzoo zijn,
beide dat ik
partijen kon hooren en zóó op de hoogte der zaak kon ik daar datzelfde niet kon doen bij op arbitrage kans zag 22
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's