Parlementaire redevoeringen - pagina 677
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
,
Benoemingen aan de
R. V. B.
675
wil dan ook wel zeggen, dat, welke beschuldigingen van dien aard ook later, hetzij door den heer Troelstra of wien ook, hier mochten worden ingebracht, ik dergelijke cijfers nooit meer geven zal en eenik
voudig het oordeel over dergelijke besprekingen aan het land zal overVoor deze ééne maal wilde ik de onwaarheid ontmaskeren. Maar de geachte afgevaardigde, de heer Troelstra, is nog veel verder gegaan en heeft zelfs gezegd, dat hier een schandaal had plaats gehad, laten.
want
waren door
er
propagandist
als
beambten benoemd,
mij allerlei
optraden, en ik had dat gedaan
daardoor de
revolutionaire strijdkas van het onderhoud van die jongelui
Ik
Amsterdam
die in
om
anti-
te ontlasten.
het alweer aan het oordeel van wie ernstig denkt over, welke
laat
waarde zulke verdichting bezit. Ik zal hier alleen verklaren, dat van geen enkel van de benoemden geweten heb, eer ik ze benoemde of zij tot zulk een club behoorden of voornemens waren, al dan niet
—
zulk
een
club
te
gaan, en dat
al
ik
—
wat daarover gezegd
is,
niets
is
in
dan
puur verzinsel en louter laster. En ik voeg er ten slotte dit bij, dat, wanneer het gehouden debat misschien de bedoeling mocht hebben gehad, die ambtenaren te intimideeren, opdat zij voortaan als burger van den Staat zich niet meer vrijelijk zouden mogen uiten of bewegen, ik dan hier verklaar, dat ik als Minister er niets over te zeggen heb, of een ambtenaar van de Rijksverzekeringsbank al dan niet lid wil zijn van deze of die kiesvereeniging, of zich aansluiten wil bij deze of gene club. Hierin blijft elk beambte geheel vrij. Handelingen, blz. 1002—1005.
Mijnheer gelegd,
dat,
de
Voorzitter!
De
indien het bestuur
heer
Schaper heeft er den nadruk op
der Bank door
mij overtuigd
werd van
van art. 8, daaruit zou moeten volgen, dat nog geen voldoende uitkeeringen had ontvangen ten gevolge van de vroegere minder juiste uitlegging door dat bestuur, alsnog de hem toekomende uitkeeringen zoude behooren te ontvangen. de
hij,
verkeerde interpretatie die
Het komt mij voor, dat het bestuur daartoe wel zou gedwongen worden door de belanghebbenden. Zoodra zij vernemen, dat het bestuur erkent, dat zijn eerste uitspraak niet de goede was, zullen
een tweede verzoek
tot
de
Bank
zij
wel
richten.
(De heer Schaper: Hoe worden geen beroep op.)
die
menschen
dat
gewaar?
Er
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's