Parlementaire redevoeringen - pagina 499
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Vereischten voor het Raadslidmaatschap.
De maar
amendement-Rink laat ik aan de Kamer over; van den heer Borgesius kan ik niet aanvaarden.
beslissing over het dat
Handelingen,
De
497
157.
blz.
geachte voorsteller van het amendement heeft gezegd, dat
hij
het
wilde intrekken, indien ik wilde verklaren, dat ik zal trachten, eene wet
van bij
gelijke
strekking
de
bij
Kamer
\q
doen inkomen.
gezegd, dat, indien ik die verklaring niet wilde geven,
afleiden,
dat
overlaten; ik
Borgesius
niet
wilde
doen.
Die conclusie moet
c.
s.
aan
hem
den
Rink
heer
wordt met 42 tegen 40 stemmen aangenomen.
Dat van den heer
wordt met 53 tegen 30 stemmen verworpen.
Vergadering van 23 October
De
ik
heeh er er uit zou
heb er part noch deel aan.
Het amendement van
Goeman
het
ik
Hij hij
toelichting tot de artt.
15 en
18
is,
meen
1903.
ik, schriftelijk
voldoende
merken, dat in art. 18 vóór het woordje „doch" eene komma moet worden ingevoegd. Daarentegen is wel een kort woord van toelichting noodig op de nu De artt. 17 en 19 van de voorgestelde lezing van de artt. en 2. en artt. 15 17 van de Provinciale wet, zijn Gemeentewet, evenals de
gegeven.
Alleen
veroorloof ik mij, op
te
1
gedurende meer dan eene halve eeuw een crux interpretum geweest, en de beste kenners van ons gemeenterecht stonden ten deze lijnrecht tegenover elkander. Het kan daarom niet verwonderen, dat de woorden, na eene onvoorbereide en verwarde gedachtenwisseling verleden week hier ingevoegd, ten einde door eene andere redactie een opgekomen
bezwaar
uit
den weg
te
ruimen, niet aanstonds de
juiste redactie
gaven.
Met name geldt dit van de invoeging in art. 19 van de woorden: „in art. 17 bedoeld". Tegen deze redactie is dan ook bij nadere overweging ernstige bedenking gerezen. Er ontbreekt namelijk in de van het begrip ingezetene en bij arrest van 22 Juni 1901 is aangenomen, dat het bepaalde bij art. 19 niet enkel speciaal voor dit geval geldt, maar ook eene meer algemeene strekking heeft. Deze zou het door het ingevoegde geheel verliezen, en het schijnt in hooge mate bedenkelijk, de kleine vastigheid, die ten deze aanvankelijk verkregen is, weer op losse schroeven te zetten, ook al meent men met prof. Oppenheim, dat het arrest van den Hoogen Raad den bal ten deele missloeg. Daarom wordt thans voor-
Gemeentewet eene den Hoogen Raad
definitie
;
d. d.
32
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's