Parlementaire redevoeringen - pagina 272
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
270
Ook Het
is
belang wordt van de zijde der Regeering zeer ernstig gevoeld.
dit
genoeg
niet
te
betreuren,
wanneer de
dikwijls in moeilijke tijden, achterlijk blijkt,
doen
zou behooren
niet is zooals die
van zijn voegdheid
taak,
dan
is
oordeelen
te
;
en haar
te zijn.
haar optreden,
politie bij
Is
haar wijze van
tact,
men
op de hoogte
niet
men ook niet in de mogelijkheid, over zijn bemen aarzelt te handelen, en door die aarzeling
wordt men onhandig.
De
geachte spreker vroeg, of van Regeeringswege niet wat steun aan
Het
bond kan gegeven worden.
dien
genoemd betreft
wat
weet
ik
heeft;
reiskosten
en
hij
dat
hij
dat
het alleen
en dat
lokaalhuur,
geen
mij,
zeide,
spijt
zooals
wel,
dit
niet
cijfers
maar
zooveel zal be-
maar op eene meer gedetailleerde aanwijzing zou ik toch een antwoord hebben kunnen geven. Maar na hetgeen de geachte afgevaardigde heeft gezegd en wellicht ook naar aanleiding van het door mij gesprokene, zal het bestuur van den bond misschien wel zorgen, dat eene gemotiveerde aanvrage om steun mijn Departement dragen,
gedecideerder
bereikt.
Ten
Marum
een
slotte
over
woord,
burgemeesters van
de
en gedeeltelijk ook over het gebeurde
Wanneer
er
zoeken, maar
bij
de
mag en kan
zij
zich daarbij niet stellen
wordt ingenomen.
van eene
positie als die
's
Gravendeel,
Haarlem.
Regeering klachten inkomen, kan
dat door den heer Helsdingen
ambtenaar
te
De
zij
die onder-
op het standpunt,
Regeering
van een burgemeester
mag een
niet dadelijk
gaan beschouwen
als een beklaagde, die voor een rechtbank verschijnt. Dat zou een schok toebrengen aan het gezag. Als de Minister iets van Tot mijn spijt heb ik dien aard verneemt, vraagt hij om inlichtingen. niet kunnen voorzien, dat deze zaak nu nog aan de orde zou komen,
anders zou ik de stukken hebben kunnen voorlezen. Maar een Minister
met den burgemeester geloof te schenken. Men moet denken, dat een burgemeester zoo maar wat schrijven kan, want
moet beginnen niet als
het
later blijken
Ministerie
had
te
men
mij in staat
onwaarheid had geschreven en het
hem
stelt,
leelijke gevolgen hebben. door genoegzame verklaringen
rechtvaardigen, acht ik mij gerechtigd, den Commissaris der
Koningin een nader onderzoek
Wanneer men meent, zal
hij
zou dat voor
bedrogen,
Eerst dus dan, als twijfel
mocht, dat
ontstaan
door
burgemeester de
het
plicht
te
doen
dat er gevaar
optreden
om
van
instellen.
voor de publieke rust en orde een spreker, dan rust op den
de rust en de orde
te
handhaven.
Werden
daartoe middelen gebruikt als die, welke door den geachten afgevaardigde zijn
genoemd, dan zou
ik dit
zeker afkeuren. Aan den eenen kant moet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's