Parlementaire redevoeringen - pagina 523
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
De oppositie van den heer Staalman.
521
alleen hier, maar ook buiten deze zaal, een exponent op hun woorden te zetten, en als men daarom er dit exponent weer afneemt, om hun woorden te normaliseeren, dan kan ditmaal niet worden gezegd, dat in hun woorden ontbrak de ernstige bedoeling, het debat te houden op het peil en in den toon, die hier in het Parlement voegen. Er is slechts een lid in deze Kamer, ten wiens opzichte ik onzeker ben en eenigermate in twijfel verkeer, of dat woord van dank voor de welwillendheid in den toon der critiek ook tot hem kan worden gesproken. U zult aanstonds wel gissen. Mijnheer de Voorzitter, dat ik daarmede het oog heb o^ den geachten afgevaardigde uit Den Helder. Een schot van voren ontvangen wij gaarne, maar een schot in den rug heeft iets, dat bedenking kan opleveren. Het is voor mij niet uitgemaakt, of een lid, hier in deze Kamer opgekomen uit dezelfde actie bij de stembus en niet
uil
dezelfde strooming in de bevolking, waaruit de meerderheid geboren
werd en ook
het Kabinet
deed.
wil
Liefst
welken
Natuurlijk
hij
is
in
afgevaardigde
dien
positie zijn
waarin
is,
hij
zelf
hier
laten in het
zooals die spreker
beoordeelen,
van
Parlement optrad.
wanneer hij dat komen, waarin eene
recht, indien hij critiek uitoefent,
Immers kunnen
plicht acht.
zijn
ik
de
aard
opkwam, wel mag optreden
er oogenblikken
meerderheid, die er tegen op zou zien, eene Regeering ernstig te waarschuwen voor een verkeerden pas, daarmede metterdaad niet doen zou
op
wat tot
de
geeft,
haar
weg
lag en haar plicht v/as.
Wanneer men
echter, zelf
immers de heer Staalman voorRegeering oefent, dan kan men dat doen ver-
rechterzijde behoorende, gelijk critiek
op
de
schoonend, zoodat
dat
blijkt,
men
er zelf leed over draagt, dat
men
het
doen moet, doch het kan ook geschieden op zulk eene wijze, dat men verraadt, daarin zeker genot te vinden. Van welken aard was de critiek van dien spreker? Ik zou het beantwoorden dezer vraag het liefst aan den heer Staalman zelf overlaten, maar wil hem toch twee details aan de hand doen, die hem bij het vellen van dat oordeel over zich zelf In
kunnen
leiden,
de eerste plaats was
Arbeidswet
het
in
de stukken medegedeeld, dat het ontwerp-
Departement
van
Binnenlandsche
Zaken
half Juni
had verlaten en eerst 5 November bij het Departement was teruggekomen. Waaraan ligt dit vergelijkenderwijs zeer lange oponthoud? De Regeering heeft in de Memorie van Beantwoording op de meest natuurlijke wijze deze vraag in dezer voege trachten
men den Raad daarover geen ring
wist,
wet,
aan
dat
den
juist
Raad
in
die
van
te
beantwoorden, dat
kon maken, omdat de Regeevan het jaar de ontwerpen van
verwijt
periode
State toegezonden, zich hadden opgestapeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's