Parlementaire redevoeringen - pagina 5
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
— :
ALGEMEENE VOLKSTOESTAND. Maar
De
afgevaardigde
geachte
meene
het niet alleen, wat ik tegen zijn rede heb in te brengen.
dit is
noch
gevat
critiseerde,
dat,
de
uitdrukking,
Hij
gaan
al
met de
zoo scherp
hij
dank" zóó opgevat
tot
toestand, gelijk die zich
En nu moet
vorige Troonrede.
wij
die
de uitdrukking „de alge-
heeft
daarmede bedoeld werd de
heeft sinds de
ontwikkeld verklaren,
alsof
heeft
verstaan.
stemt in velerlei opzicht
volkstoestand
en verstaan,
3
en
statistiek vooruit
ik,
al
helaas,
zullen wij
daarmede nog menige schrede vooruitkomen, de statistische gegevens, waarover men met eenige zekerheid beschikken kan, nooit gereed zijn over de laatste periode van September tot September, wanneer men in September hier in de Kamer moet optreden. Wie dan ook poogde, op grond van de zijn,
een
doen
uit
statistische
oordeel
gegevens, die over die bepaalde periode bekend
en daaruit conclusiën
vellen
te
te
trekken, zou
het
hoogst gebrekkige gegevens.
Misschien
de geachte afgevaardigde zeggen
zal
Zeker, dat heeft
gegevens aangedragen.
hij
:
ik
heb toch een massa
ook, maar
hij
zal mij toe-
stemmen, dat alleen wanneer door schriftelijke gedachtenwisseling dergelijke gegevens vooraf gesuppediteerd zijn, men in staat is, die gegevens Ik beweer niet, dat ze niet in elk opzicht juist controleeren. te maar het is onmogelijk, alleen op het aanhooren van eene zijn, geheele reeks van statistische gegevens de juistheid daarvan te beoordeelen, wanneer zij loopen over een tijdperk, waaromtrent zij geordend nog niet aanwezig zijn. Maar, zooals ik zeide, de geheele opvatting van die woorden is blijkens den samenhang volkomen onjuist, en, mij dunkt, die onjuistheid van zijn opvatting zal de geachte afgevaardigde zelf kunnen inzien, wanneer hij doorleest. Er staat: „De algemeene volkstoestand stemt in velerlei opzicht tot
dank." In het burgerlijk leven
zal
menigeen, die
in zijn
gezin in het laatstverloopen jaar droevige omstandigheden heeft beleefd, den
dood heeft
in zijn huis heeft zien
geleden,
toch,
dat desniettemin
wat den vorm „Intusschen stoffelijk
nog
als
zijn deel is
niet
gebleven. In zoover
Maar nu
dus onberispelijk.
betreft,
mag
binnenkomen, met ziekte heeft getobd of schade hij God vreest, danken voor het vele goede,
worden
gebied, eene
is
de uitdrukking,
volgt er bovendien
voorbijgezien, dat, zoo op geestelijk als op
wijziging van toestanden
is
ingetreden, die
meer
met den algemeenen tot dusver", September 1900 van volkstoestand niet bedoeld wordt de toestand September 1901, maar dat een generaal oordeel wordt uitgesproken over onzen nationalen toestand. Immers, nadat gezegd is, dat die toedan
enz.
stand in velerlei opzicht
waartoe
men
Daar
tot
blijkt
dank
dus
stemt,
uit,
dat
wordt er de exceptie bijgevoegd,
wilde komen, en volgt er, dat langzamerhand eene zoodanige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's