Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 75
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
rein
God
hart
Hfst. III. § 41.
2.
te
En
zien.
AUGUSTINUS.
de zevende, dat
hij
alzoo
67
opklimme
„wijsheid".
tot
Alle theologische studie
ligt
dus
nu
noodig:
is
Canoniek
is
H.
Schrift brengt. Daarvoor het onderscheiden tusschen wat Canoniek en niet
1.
(cap.
aanleere (cap.
de derde van deze zeven
bij
gradatiën, die tot het onderzoek der
2.
8);
men het Hebreeuwsch en Grieksch men kennis neme van de vertalingen, (cap. 15); 4. dat men de antiquiteiten
dat
dat
3.
11);
vooral van de Septuaginta
bestudeere en ook de flora en de fauna van het Heilige land (cap. dat men, mits met critiek, kennis neme van de 16); 5 .
doctrina gentiliwn,
logica
met name van de sterrekunde, de mathesis, de
en dialectiek,
enz.
(cap. 1 8 v. v.) en 6. dat men bij de uitlegging der H. Schrift vaste regelen volge, waarvoor hij zelf een korte hermeneutiek in het derde boek aanbiedt. En op deze schets van wat noodig is, om de waarheid uit de H. Schrift ;
ordelijk
voort te brengen,
Augustinus dan korte studie volgen over de beste wijze, heid
schriftelijk
Zijn
doel
(cap.
vraag
1);
te
laat
en
hiermede
mondeling is
niet
in zijn vierde
boek een om de gevonden waarprediken en te verdedigen.
te
een Christelijke rhetorica te leveren
met de regelen der rhetorica voor oogen, de
maar,
beantwoorden, hoe deze op zoo heilige materie moeten
toegepast.
Het
(cap.
en
docere, delectare enjlectere is
hem
daarbij hoofdzaak
ontlokt voor dit drieërlei streven den grondtoon, èn aan de eloquentia der H. Schrift zelve (cap. 7), èn aan die der beroemdste kerkelijke redenaars en schrijvers (cap. 21). En 17),
hij
moet
ongetwijfeld het gebed voor dezen arbeid toerusten, toch maakt zulk bidden het nadenken en de oefening allerminst
overbodig
(cap.
15,
16),
achterwege gij
al
Anders,
blijven,
zoo zegt
hij,
„want ook eer
gij
uw gebed veilig weet uw Vader, dat
kan ook bidt,
deze dingen behoeft."
De encyclopaedische beteekenis van dit geschrift ligt dus in de poging van Augustinus, om zich rekenschap te geven van de roeping en de methode van den Theoloog. Beter philosoof dan philoloog, meer systematicus dan exegeet, voelde hij zich gedrongen, om, nog wel niet de Theologie zelve, maar dan toch de theologische studie in
te
denken, en haar het spoor
te wijzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's