Parlementaire redevoeringen - pagina 399
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE STEENFABRIEKEN LANGS DEN
397
IJSEL.
krijgen van de rapporten, aan den Minister uitgebracht door de inspecteurs van den arbeid en den geneeskundigen dienst.
fabrikanten of andere personen, wetende,
dat
dat
Ik kan begrijpen,
over hun belangen
rapporten aan het Ministerie ingezonden worden, niets liever wenschen
zouden, dan precies en nauwkeurig
te weten, wat er aan den Minister over hen wordt medegedeeld. Al kan ik daar volkomen inkomen, moet ik er toch aan de andere zijde op blijven staan, dat dergelijke rapporten
worden overgelegd; niet alsof die rapporten het licht niet mogen maar omdat, indien het algemeen gebruik werd, dergelijke rapporten over te leggen, zij daardoor zouden worden geïnfluenceerd, en het niet
zien,
anders den
dat
licht,
zoodat
de
Minister
Minister buiten
ontstoken
staat
zou
worden, zou geraken, de zaak
zou
uitblijven,
beoordeelen
te
hij dit moet kunnen doen. Er worden in die rapporten gedurig bijzonderheden besproken en er wordt daarin veeltijds over persoonlijke aangelegenheden gehandeld, die men er dan uit zou moeten laten,
zooals
waardoor men
niet het beeld
zou krijgen, dat het best
tot
oordeelen in
staat stelt.
De dat
afgevaardigde heeft er
geachte
er
tegen
van de patroons
hebben
Koninklijk Besluit
het
in
De
van de arbeiders.
als
de tweede plaats op gewezen,
adressen
zijn
ingekomen, zoowel
adressen van de arbeiders
niet ongevoelig gelaten, maar ik wil den geachten afgeop een ander voorbeeld wijzen. Toen in Engeland eene ernstige poging gedaan werd om arbeiders, die werkzaam waren in de keramische industrie, tegen loodwitvergiftiging te vrijwaren, is door bijna
mij
vaardigde
alle
arbeiders geprotesteerd en
having der bepalingen af
te
is
door hen gevraagd, van de strenge handDie menschen verklaarden
wij weten nu eenmaal ons leven, moeten toch onze existentie behouden. Maar zien.
wel, dat wij langzaam vergiftigd worden, dat
kan
niet anders,
warme
en wij
maar
dat
:
is
Van Wijck voor zijn natuurgenooten onder de arbeiders klopt, zal hem bewegen om toe te stemmen, dat de Regeering in zulk een geval niet zou mogen zeggen: laat dan het
hart,
ook
in
den
heer
maar voortgaan. Zonder
te beweren, dat hier dergelijke de geachte afgevaardigde erkennen, dat het dat de arbeiders tegen dergelijke besluiten opkomen, op zich zelf
die vergiftiging vergiftiging feit,
dat
plaats heeft, zal
voor de Regeering
Wat
in
niet
kan
beslissen.
de tweede plaats betreft het adres, dat door de fabrikanten
is
ingezonden, zoo houde de geachte afgevaardigde mij ten goede, dat daarin
dingen te vinden zijn, die mij niet behoefden medegedeeld te worden, maar dat ik er juist het eenige in mis, wat ik van de fabrikanten gaarne had willen weten. Omtrent hetgeen op de werkplaatsen
allerlei
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's