Parlementaire redevoeringen - pagina 307
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE MOTIE DER democraten voor
S.
D. A.
INZAKE HET
P.
L.
305
O.
van openbaar en bijzonder onderwijs niet voor de vrijheid van de bijzondere school, maar dat zij alleen strekt om het struikelblok, dat nog op den weg ligt, waarop de Christelijke arbeiders tot hen moeten overkomen, zoo mogelijk uit den weg te ruimen. De strijd over deze quaestie zal echter later aan de orde komen, en ik kan hem thans langs de Regeeringstafel laten heengaan. De heer De Savornin Lohman heeft reeds een kort, krachtig, voortspruit uit
gelijkstelling
liefde
woord doen hooren, om den sociaal-democraten te verstaan te geven, dat de voorstanders van Christelijk onderwijs nooit hun vrijheid ernstig
verkoopen zullen voor welk Rijkssubsidie ook.
Men
verstaat dit niet.
Amsterdam VIII den sociaal-democraten toeroept: gij hebt nooit wat voor de arme kinderen gedaan, maar wij wel, dan luidt het wederwoord tegen schoolvoeding en -kleeding hebt gij strijd gevoerd. Maar dat alles is hier de quaestie niet. Het loopt hier niet over de vraag, wat er gesproken wordt, maar over hetgeen er geAls de geachte afgevaardigde
uit
—
:
is geworden. Laten de heeren sociaal-democraten open kaart spelen en toonen, wat zij geofferd hebben voor de kinderen van de volksschool; dat is de quaestie. Doen is wat anders dan spreken. Daar is tusschen die beide dingen groot verschil. De Christelijke partij komt tot daden; zij heeft zich zeer groote, ernstige
daan, geofferd, betaald
eens
opofferingen getroost, niet van duizenden, van tienduizenden, maar van millioenen. In
dit
verband moet
gelegenheden
de
ik
„kleine
erop wijzen, dat de heeren luyden"
te
bij
verschillende
pas gebracht hebben.
Men
zou
aangenaam vind, dat die term En dan antwoord ik: die uitdrukking zooveel ingang heeft gevonden. is niet van mij, maar van Prins Willem I. Wat bedoelde zij? Sloeg zij op menschen, die arm waren en die vragen en vleien moesten: bezorg ons toch wat geld; op menschen, die gelokt moesten worden door Neen, de „kleine luyden" voorspiegeling van materieele voordeden? van Prins Willem waren menschen, die geen voordeden vroegen, maar die integendeel door offers den Prins in staat stelden, den strijd vol te houden voor de vrijheid, die zij begeerden voor zich en hun kinderen. Die strijd ging ook hem ter harte en er is door hem met staatsmanstalent en opoffering voor gestreden geworden. Het zijn ook bij ons de „kleine luyden", de eenvoudige menschen, die hun willen en wenschen bezegelen met daden van opoffering, want zij betalen f5 per jaar en per kind. En vraagt gij, of men den menschen daarmede geen kwaad doet, dan zeg ik van neen, want daarmede wordt hun juist goed gedaan. Juist doordat zij dat ofïer gewellicht
kunnen vragen, of
ik
het niet
20
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's