Kuyper-gedenkboek 1907 - pagina 60
40
Men
heeft steeds
gezegd
:
daarvoor
is
onder de Calvinisten
geen hart. Hij heeft het steeds bestreden,
hem
daarom verheugt
dat bewijs van fijne kunst en techniek.
Laat ik dan, eindigde Spr., nu ik hier scheiden moet, want een andere plechtigheid wacht mij, uit het diepst mijner
dank brengen aan allen, ook aan het lieve zangkoor, dat mij heeft willen verwelkomen, o.a. met een uiting van de pen van Seerp Anema, dat zoo aandoenlijk fijn gevoeld ziel
en zielsopwekkend
lied.
Of na dezen dag nog vele jaren levens mij gegund zullen worden is in Gods hand. Wij zien vaak hoe de bloem wel dan sierlijk pronkt, maar straks van den stengel valt. Meer Boven.
ooit gaat thans mijn gepeins naar
Maar zoolang God de Heere aan
ziel
en lichaam
kracht altoos
en
in
U
te
het gedoogt mij
schenken, moge
blijven toegewijd,
ons samenwerken
alleen de krachten geeft.
getrouwe mannenbroeders,
God worden
die
nog kracht
het uiterste van die
verheerlijkt, die
{Daverend applaus).
Het zangkoor zette nu, nadat de toejuiching bedaard was,
Danklied. Dankt, dankt nu allen God! Met blijde feestgezangen. Van Hem is 't heuglijk lot,
Het Hij
heil dat wij ziet
Altijd
ons
in
ontvangen.
Zijn
Zoon
genadig aan.
En heeft ons dag aan dag Met goedheên overlaan.
Hij,
de eeuwig
rijke
God,
Wil ons, reeds in dit leven. Zijn vrede en heilgenot, Door hartsvernieuwing geven.
in:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 500 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 500 Pagina's