Parlementaire redevoeringen - pagina 276
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902-1903.
•
274 de
uit
van
omschrijving
officieele
de
hierbedoelde
afdeeling
in
den
blijkt, dat zij niet alleen met v/aterschapswerk Wanneer de geachte met arbeid voor openbare werken. afgevaardigde verder zegt, dat het getal ambtenaren in Zeeland niet zoo groot is, dan geef ik dat toe, wanneer men althans neemt het getal
zijn belast,
Staatsalmanak
ook
maar
van
maar dan
19;
Middelburg
toch
zijn
4 boden er buiten, en het
zoo buitengewoon groot, dat
niet
weer de
is
De
zoo'n weelde aan boden heeft.
waarom Zeeland
vraag, in
men de
laat
afstanden
men
daar-
voor een grooter aantal boden moet hebben. Wanneer men alles samen neemt, geloof ik, dat Zeeland werkelijk een aantal ambtenaren en be-
ambten
volstrekt
dat
heeft,
niet
daalt
beneden
van de
dat
andere
provinciën.
de geachte afgevaardigde, maar Zeeland heeft ook de leges
zegt
Ja,
verloren en heeft daardoor minder geprofiteerd van de verhooging van 10
antwoord
In
pet.
moet echter gevraagd worden, of, waar 500 bedroeg en de verhooging van 10 pet. heeft genoten een voordeel van ruim f 2000.
daarop
het verlies aan leges geen f
men
2500,
Ik
kan
niet
dat
zijn,
daar
drongen. toestand
niet
toegeven, dien
uit
in
dat
hoofde
Wel kan
f
ik
aanmerking
Limburg de
in
op
gelijkstelling
zeggen,
neemt,
dat,
nu
leges zóó gedaald
zou kunnen worden aange-
indien
de
zouden
men den tegenwoordigen
kosten
van
de
provinciale
worden gebracht ten laste van het Rijk, het volstrekt niet vreemd kan geacht worden, dat de Regeering achtereenvolgens
griffiën
zoo
de verschillende provinciën bedacht: verleden jaar dacht,
ditmaal
Utrecht,
en het
volgende jaar
is
Zuid-Holland be-
zal hetzij
Zeeland,
hetzij
Limburg aan de beurt komen. Dit zou zich reeds laten verklaren uit de zucht, om 's Rijks begrooting niet op eenmaal tegelijk veel te verhoogen. De heer Fokker heeft een kort woord gesproken, om er de aandacht op te vestigen, dat het toch in den grond der zaak het best zou zijn, als discussiën, gelijk nu gevoerd worden bij Binnenlandsche Zaken, zouden kunnen worden bespaard. Metterdaad is die geachte afgevaardigde mijns inziens tot den wortel van het kwaad doorgedrongen ;
de wortel van de ongelegenheid, waarin wij hier verkeeren, benoemings-, bezoldigings- en regelingsrecht niet
in
ligt
één hand
daarin, dat
zijn.
Gaarne
bij het ontwerpen zal moeten strekken om uitvoering te geven aan der Grondwet, zijne de beide denkbeelden in over-
geef ik den geachten afgevaardigde de verzekering, dat
van eene art.
136,
wet,
tweede
weging genomen
die lid,
zijn.
Handelingen,
blz.
532.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's