Parlementaire redevoeringen - pagina 678
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
676
Ik zou zeggen, zooals dit met interpretaties over andere artikelen
ook
eene uitspraak. Wanneer een tweede geval zich voordoet, gaat, waarin wel wordt uitgekeerd, zijn er organen en bladen genoeg in
door
het
land,
op
de
ook van
socialistische
Ook
hoogte brengen.
richting,
ik
die
spoedig de
al
mijnerzijds
wil
om, desnoods door een persbericht, aan
kan,
bekendheid
De
arbeiders
gaarne doen wat ik
zaak
de
de
noodige
geven.
te
nog teruggekomen op hetgeen ik zooeven zeide over de decentralisatie. Ik stem toe, dat, wanneer ik hem aan de letter houd van hetgeen gesproken is, hij daarin gelijk heeft, want zijn protest ging tegen het inlasschen van art. 52 in eene wet als de Ongevallenwet. geachte spreker
Ook
mij
de
in
is
is
voorgekomen
die inlassching daar steeds
waardoor de
wet,
decentralisatie
niet tot
te
zijn
haar recht
komen. De geachte spreker weet, hoe mijn amendement op tijds
eene breuk
kunnen
is
2 des-
art.
de zaak geheel anders wilde inrichten.
De
heer Troelstra
Rijksbank.
Dat wil
nogmaals teruggekomen op de quaestie van de
is
zeide, dat hij niet allereerst naar cijfers
Hij
Mijnheer de Voorzitter, want
ik wel gelooven,
wierpen geheel komt, zooals
zijn
hij
stelsel
gedaan
omver. Wanneer en ik
heeft,
hem
stel
had gevraagd. juist die cijfers
met valsche
hij
cijfers
cijfers hier
daartegenover, dan be-
ze liever niet gehoord met nadruk genoemd. Nu zegt hij, dat ik wel heb gesproken van die 32 ambtenaren, maar niet over het geheele aantal. Dit heb ik niet gedaan, omdat, wanneer ik door een lid der Kamer wordt geïnterpelleerd over eene quaestie, ik mij bepaal tot wat hij vraagt, en de geachte spreker heeft bij hoofdstuk I niet eene algemeene these opgezet, maar bepaald gevraagd naar 50 ontslagenen, waarvoor 40 anderen benoemd werden. Hij heeft dus uitsluitend het oog gehad op het gebeurde bij de benoemingen van Juni. Ik heb daarover aan de Bank geschreven en het bestuur antwoordde wat ik den grijp ik, dat die cijfers
Ik
had.
heeren
heb
Ter
hoofdstuk
geachte I
Men
kon doen dan
aanvulling
De
hij
cijfers juist
mededeelde.
onpartijdiger
bij.
die
zeer hinderen en dat
van
het
zal
mij
toestemmen, dat
toch
ik niet
het het bestuur zelf te ondervragen.
hetgeen
spreker heeft
ik bij
beweerd, dat aan de
straks
sprak
algemeene
de
tijdelijk
voeg
ik
er
nog dit over
beraadslaging
aangestelden zekere aanspraak
op vaste aanstelling was gegeven. Het bestuur der Bank schrijft mij desaangaande „Zij waren allen (n.1. die tijdelijk aangestelden) door ons aangenomen onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat zij elke :
week weder konden worden niet
meer noodig waren en
ontslagen als dat
zij
geen
zij
voor het
tijdelijke
werk
aanspraken op eene vaste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's