Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 104

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 104

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1901—1902.

102 zelf.

niet

De

geachte spreker merkte op, dat de sociale belangen voor

alleen

zijn

de arbeidersbelangen.

hem

Hij zal mij toestemmen, dat uil

Troonrede en uit de Memorie van Antwoord op hoofdstuk I der Staatsbegrooting genoegzaam blijkt, dat zoo ook de opvatting van dit Kabinet is. De zaak was deze. Wanneer arbeid en nijverheid belangen representeeren, die behartigd moeten worden, dan kan hij niet ontkennen, dat die belangen nu en dan contrair kunnen zijn en dat dit bij eene dergede

lijke

wet nu en dan ook inderdaad het geval is. Het is voor een patroon onaangenaam, wanneer hij allerlei voorzorgsmaat-

dikwijls zeer lastig en

regelen moet nemen, een plan van verbouwing bv. moet veranderen, om te maken, dat hij voldoet aan de eischen van Hinderwet en Veiligheidswet. Daar is dus zekere strijd, die echter niet principieel is en dus niet altijd voorkomt. Er zijn hier contraire belangen, die met elkander in conflict geraken kunnen. Ik heb nu beweerd, dat, wanneer men in eene afdeeling combineert Arbeid en Fabriekswezen onder één hoofd, men niet kan hebben een man, die zoo neutraal is, dat hij precies evenveel voor nijverheid gevoelt als voor arbeid en dat men in den regel zal hebben of een persoon, die meer hart, meer gloed, meer warmte blijkt te hebben voor het belang van de nijverheid, of wel een man, die meer hart en meer bezieling heeft voor den arbeid. Mijn conclusie is daarom deze geweest, dat de rechtmatige en billijke behartiging van die dikwijls contraire belangen beter gewaarborgd is, wanneer men ze afscheidt, dan wanneer men ze onder één hoofd vereenigt. Dat de geachte afge-

vaardigde

daarover

gewicht, dat zijn

dat

hij

anders

denkt,

daarom aan de

voorgedragen, het geval niet

zijn is,

heeft

voorstellen, gelijk

stem zou meenen

meen

ik,

intusschen

te

zij

gelukkig niet

dit

nu aan de Kamer

moeten onthouden.

Waar

dat wij het verdere debat over de ver-

houding van de sociale quaestiën, waarbij contraire belangen voorkomen, niet

behoeven voort

te zetten.

Handelingen,

blz.

464.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 104

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's