Parlementaire redevoeringen - pagina 44
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
42 ik achtte, dat
omdat
— 1902.
de verhouding tusschen de Kroon en de Ministers
en tusschen de Ministers onderling, die bij dat reglement geregeld wordt, iets anders zou zijn dan eene huishoudelijke aangelegenheid. Maar ik
meende, dat het goed was, de zaak ter kennisse van de Staten-Generaal In hoeverre de Kamers, ik zeg niet nu, maar misschien brengen. eene motie van orde deze zaak ter sprake willen brengen, bij later, te
aan
staat
zal natuurlijk bereid worden bevonden, voor dat reglement op zich te nemen. hoofden der Departementen van Algemeen Bestuur zij staan er dus gemeenschappelijk voor verant-
Het
haar.
Kabinet
verantwoordelijkheid
de
Het
door
is
alle
en
onderteekend woordelijk.
Een tweede er
dat
dat
boven
de
een
bekeerd
den
niet
gehad,
plaats
partij
zelf
met
vereeniging
gehad
had
plaats
gebracht,
had
den heer Drucker.
gelukkig
thans
even
detailpunt, dat ik
door
gebracht
eene
pers
delict
mocht
gedachte,
plaats
bevoorrechting
van
berde
insgelijks te
zake de drukpers.
in
eene
tot
is
de andere
hier
hebben, gelijk
was
Hij
vroeger
door mij
De Savornin Lohman
heer
langer
af wil doen,
Hij heeft er namelijk op gewezen,
ter tot
in
sprake
dusverre
van de pers van de eene door advertentuur. Niet,
partij,
Drucker daar vroeger voor is opgekomen, maar hij verDit laatste was aanklaarde zich nu voor ons denkbeeld gewonnen. genaam te vernemen. Laat ik hem daarom verblijden met de mededeeling, dat hetgeen hij op het oog had door mij onderzocht was reeds vóór hij het te berde bracht, en dat mij bij dat onderzoek Het gebleken is, dat er geen kwade bedoeling in het spel is geweest. mij zijn door de feit rustte Intusschen op een bloot misverstand. noodige maatregelen genomen, dat zoo iets niet meer kan voorkomen. De heer Nolting heeft mij gevraagd, of het goede begin, dat gemaakt de heer
dat
is,
om
in
de bestekken, uitgaande van de verschillende Departementen,
bepalingen zal
lede
op
te
nemen van maximum arbeidsduur en minimum
loon,
voortgezet worden in dien zin, dat die goede maatregel van liever-
voor alle Departementen
Memorie van Beantwoording bestaat
die
zal is
worden
uitgebreid.
gebleken en door
goede gewoonte reeds
bij
Justitie,
landsche Zaken. Bij Koloniën, Buitenlandsche
trouwens weinig bestekken voorkomen, passing gebracht, doch ontmoet
zij
is
Gelijk
hem erkend
digde zal
uit
te
gaan.
Toch
de
Waterstaat en Binnen-
Zaken en Financiën, waar
de maatregel nog
geen bezwaar. Alleen
bij
menten van Oorlog en Marine bestaat er nog bedenking tegen reeds thans over
uit
wordt,
twijfel ik niet, of
niet in toe-
de Departe-
om
daartoe
de geachte afgevaar-
de mededeeling in de Memorie van Beantwoording den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's