Parlementaire redevoeringen - pagina 126
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
124
— 1902.
ambtenaar is, het lot van het gymnasium voor de hebben. Ik zou meenen dat men hiermede een handen toekomst zou inslaan en ik geef de verzekering, dat, wanneer gevaarlijken weg ik niet alleen tijd van leven, maar ook tijd van blijven hier heb, 1906 de wereld gekomen zal zijn, vóórdat nieuwe voorwaarden in niet Ik meen, dat er hier dus geen urgentie bestaat zullen zijn gemaakt. om de zaak reeds nu in handen te nemen. Van de geagreëerde gymnasia komen geen klachten in, doch zoodra er klachten komen, verantwoordelijk in
zullen wij trachten, tot een accoord te geraken.
De
geachte afgevaardigde, de heer
Tydeman,
heeft
gesproken over het
subsidieeren der bijzondere gymnasia en heeh gezegd, dat het zeer zeker niet
maar praeter legem zou
contra,
als
zijn,
men zonder nadere
wets-
wijziging overging tot subsidieering van de bijzondere gymnasia. Ik zal
Het komt
hierover niet uitweiden.
op de
103 en 104 niet
artt.
juist
is,
echter
mij
want
voor,
dat
beroep
zijn
die artikelen bevatten alleen
de erkenning van een historisch recht, dat beschreven werd ten gunste
van de seminaria en de leerstoelen van de Hervormde Kerk, om in aanmerking te komen voor subsidiën. Dit houdt dus volstrekt niet in, dat de mogelijkheid zou uitgesloten zijn, om aan bijzondere gymnasia subsidie
te
erkennen
verleenen.
—
,
een subsidie
maar toch
om
reeds
bij
—
ik
de conclusiën in
zitter,
Generaal
1889 in
in
wel
de eerste begrooting voor de zeven gymnasia
gemeend,
dat het beter was,
—
waar
het gebied van het hooger en middelbaar onderwijs den
om
ik wil het
trekken, en ik geloof, dat ik het had kunnen doen,
uit te
heb
Ik heb er wel over gedacht,
te
trekken
uit
te
ook op
het stelsel, door u. Mijnheer de
de wet op het lager onderwijs gelegd
de gelegenheid
wij
weg op moeten
stellen,
—
,
Voor-
de Staten-
eene principieele beslissing
te
nu reeds had mogen nemen, kan ik niet inzien; de beslissing is alleen niet genomen, omdat dan niet voldaan ware aan de deferentie, die het tegenwoordige Kabinet ook tegenover de linkerzijde behoort in acht te nemen. Handelingen, blz. 501—502. nemen.
Dat
dit
Kabinet zulk eene beslissing
Mijnheer de Voorzitter! dat
kon ik
ik
heer
Goeman
Borgesius heeft gezegd,
zoo duidelijk kon wezen, maar dat ik mij ook zeer
hullen.
heb
De
niet
het
Ik bij
weet mijn
niet,
of
geachtèn
dit
in
aan het ministerschap eigen
nevelen is,
voorganger ook opgemerkt, dat
tweeërlei wijze van spreken op na hield, en, eenmaal hier
maar hij
er
komende, heb
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's