Parlementaire redevoeringen - pagina 626
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
624
uitlaten. Wanneer ik nu vóór mij heb de adviezen van curatoren^, raad geen medicus zitting heeft, en van de medische faculteit,, welken in bovendien van andere medici, dat het hoogst wenschelijk is,, hoor en ik de klinieken in ééne hand te hebben, dan laat het zich denken, dat ik, die van de zaak geen verstand heb, mij bij de laatsten aansluit. Het had alleen de vraag kunnen zijn, of wellicht het getal studenten in de medicijnen
verder
te
Leiden zoo groot
te
Groningen wel Daaruit
voorleggen.
Utrecht 356 en
dus niet niet
te
om
is,
dat daar niet mogelijk bleek
was,
mogelijk
dat er te Leiden 291
bleek,
Groningen
126.
wat
te
en daarom heb ik mij
Utrechten
cijfers laten
studenten waren,
te
Hieruit volgde de noodzakelijkheid
datgene, wat elders door
1
hoogleeraar gedoceerd wordt,
Toen kwam het te doen doceeren. Nolen te ontlasten van het onderwijs in de geWelnu, ik was genegen,, neesmiddelleer en de geneeskundige chemie. dien weg op te gaan. Ik had wel eenvoudig den weg kunnen opgaan, door den geachten afgevaardigde uit Zutphen aangewezen, maar ik meen niet, dat uit het aanwezig zijn van een katheder aan eene Universidoor
Leiden
te
2 hoogleeraren
voorstel, professor
teit
volgt, dat die
er een
bij
katheder er
altijd
moet
blijven.
en den anderen keer gaat er een af;
Den eenen keer komt men heeft hier niet te
doen met een fixum. Ik voel wel wat voor de gedachte, door den heer Van der Vlugt gememoreerd, namelijk dat, door aan prof. Nolen het onderwijs in de geneesmiddelleer op
dragen,
te
schouders werd gelegd. Daarna een hoogleeraar niet
de
in
hoogleeraar
dien
kwam
bij
geneesmiddelleer
wat
te richten
veel
op de
benoemd moet worden, dan
van de gelegenheid gebruik gemaakt kan worden
een katheder op
te
mij de gedachte op, of, als er
voor een hoogleeraar, die
om
te gelijk
bij
die faculteit
de allopathische
en de homoeopathische geneesmiddelleer zou kunnen onderwijzen. Ik had die
ingezien,
—
en daarom moet ik terugkomen op de discussie,
over de homoeopathie
is
gevoerd
—
,
dat het niet wel mogelijk was,
zooals de zaken nu stonden, te Leiden een medischen klinikus te brengen, die
de
daarom
Van
homoeopathische geneeskunde was toegedaan. Het scheen mij wel mogelijk, omdat al vertrouw ik gaarne wat de heer
—
niet
Vlugt dezen morgen heeft medegedeeld, dat de medische op beleefde en humane wijze een homoeopaath zou ontvangen
der
faculteit
—
hebben die te benoemen hoogleeraar een afzonderlijk ziekenhuis zou moeten hebben met afzonderlijke verplegers eneene afzonderlijke apotheek, opdat naderhand niet gezegd kon worden, als de zaak mislukte, dat het daaraan gelegen had.
Daarbij
moesten verdeeld worden.
kwam
de moeilijkheid, hoe de patiënten
Moest ieder hoogleeraar de
helft
hebben, of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's