Parlementaire redevoeringen - pagina 67
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE POSITIE VAN HET KABINET. en ieder
van
leden
der
van
quentiƫn
Kabinet aansprakelijic
dat
door
beginselen
zijn
65
te
voeren.
stellen, de conseErkent men echter de
rechtmatigheid van een coalitie-Kabinet, dan vervalt daarmede het recht, Gij hebt u vroeger aldus uitgelaten en moet thans diente zeggen :
overeenkomstig handelen, of wat op hetzelfde neerkomt:
compromis bezegeld, maar
De
afgevaardigde
geachte
uit
Gij hebteen
verscheuren.
zult dit
gij
Zutphen
heeft
uit
het
feit,
dat het
Ministerie een coalitie-Kabinet was, afgeleid, dat het dan wel een
Kabinet zou punt
wat
dit
zelf
deel
Ik
zijn.
voor mij geloof toch sterker
betreft,
want
uitmaakte,
naam van
als
te
zijn
men
dan
altijd,
het
feitelijk
zwak
dat het kans heeft,
Kabinet,
waarvan
een coalitie-Kabinet
hij
heeft,
is men nog zwakker. In grond van zwakheid van het Kabinet op gewezen, dat het de conservatieve middenstof onder de kiezers was, die ditmaal naar ons oversloeg en ons de overwinning bezorgde, maar
onder den de tweede
die
Ik
een homogeen Kabinet,
plaats heeft hij er als
ook dwingen zou, den conservatieven kant uit te gaan. meende er uit te moeten opmaken, dat in 1897 die middenstof met dan
ons
hem
medegegaan,
is
zoodat zijn Kabinet in dezelfde positie verkeerde
ook hij zijn meerderheid dankte aan de Consequent zou daaruit volgen, wat ik niet
als wij nu, dat wil zeggen, dat
middenstof.
conservatieve
kunnen
heb
merken, dat de geachte afgevaardigde
conservatief zwenkte; was dat
niet,
er
grond
veel
zwenken
het conservatisme
Wat
de ontvangst
mij moeilijk,
is
betreft,
woorden
te
dit
te
bij
hem
zelf als
niet het geval,
Minister
dan geloof
ik
vinden voor de vrees, dat ik wel naar
zal.
door de Kamer aan het Kabinet bereid,
is
het
vinden, die ten volle uitspreken het gevoel van
voor de meer dan welwillende wijze, waarop wij zijn bejegend. In de eerste plaats geldt dit de groepen der rechterzijde. Wij stellen het op prijs, dat de twee partijen, die in het Kabinet gerepresenteerd zijn, ons niet alleen met zooveel ingenomenheid hebben begroet, maar ook actief aan het debat hebben deelgenomen. Er is door anderen dank, dat ons
bezielt,
een Kabinet er behoefte aan heeft, niet door den steek te worden gelaten, en ik spreek er derhalve mijn blijdschap over uit, dat men van bevriende zijde ons gesteund heeft, en ook daarover, dat van die zijde nu reeds op ons critiek is uitgeoefend. Hier geldt: het zijn onze vrienden, die ons onze feilen toonen, reeds zijn
op
gewezen,
partijgenooten
en ik meen,
dat,
dat
in
door de
critiek alleen
over
te laten
aan de oppositie, de
positievan een Kabinet eer verzwakt dan versterkt wordt. Ik dank derhalve
de heeren Van Kempen, Michiels van Verduynen, Schaepman en Nolens. Niet minder breng ik een woord van dank aan hen, die gesproken 5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's