Parlementaire redevoeringen - pagina 146
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
144
— 1902.
WETSONTWERP
tot verhooging van hoofdstuk V der Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1902, in verband met de opleiding van Indische ambtenaren aan de Leidsche Universiteit.
Vergadering van
Mijnheer
name
de
Het
Voorzitter!
is
Maart
19
1902.
mij in de eerste plaats eene aange-
uit Rotterdam, ik meen ook wel namens de Regeering, dank te zeggen voor de welwillende en sympathieke woorden, waarmede hij de goede geruchten van beterschap betreffende onzen ambtgenoot van Koloniën heeft willen begroeten. Er zijn dagen geweest, dat ook wij twijfel koesterden, of Minister Van Asch van Wijck ooit weder in ons midden zou kunnen optreden, en dat nu in deze Kamer bijna met zekerheid kan gesproken worden van zijn terugkeer, is niet het minst voor de leden van dit Kabinet eene oorzaak van dank
taak,
den geachten afgevaardigde
en blijdschap. En het de
is
mij
geachte afgevaardigde
van dat
de
Kamer
te
aangenaam,
zeide,
spreken,
hij
dat
mogen constateeren, dat, toen meende in deze ook uit naam
te
hij
blijkbaar onder den
indruk verkeerde,
de Kamer, zonder verschil van partijen, den gelukkigen loop, dien
deze krankheid heeft genomen, met
Wat nu
betreft
blijde
deelneming heeft begroet.
de opmerkingen, door den geachten afgevaardigde ten
opzichte van het ontwerp gemaakt, gevoel ik zeer goed, dat het moeilijk is,
—
al
geldt het hier een ontwerp, voorgesteld
Binnenlandsche Zaken te
—
,
Anderzijds echter zal
laten.
door den Minister van
de koloniale belangen geheel buiten bespreking de geachte afgevaardigde ook wel ge-
dat ik mij als Minister van Binnenlandsche Zaken niet mag begeven op koloniaal terrein, dat ik mijnerzijds dus niets te zeggen heb op de vraag, of het aanhangige wetsontwerp tot opleiding van de administratieve Indische ambtenaren al dan niet zal zijn in te trekken
voelen,
en
dat
ik
zelfs
niet
geachte afgevaardigde
heb
te
spreken
meende,
ter
over de motieven,
rechtvaardiging
die,
naar de
van die intrekking
konden dienen. Ook omtrent het verdere lot van bedoeld ontwerp, of over de plannen, die mijn ambtgenoot van Koloniën, wanneer hij op zijn Departement terug zal zijn, ten deze zal meenen te moeten uitwerken, heb ik mijnerzijds noch een oordeel uit te spreken, noch iets mede te deelen.
Ik heb mij hier te bepalen tot de verdediging van het thans in
behandeling zijnde ontwerp.
Verder
Door den geachten afgevaardigde
reikt mijn taak niet. is
zeer terecht opgemerkt, dat
dit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's