Parlementaire redevoeringen - pagina 424
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
422 element,
constitutioneel
dat
de Kamer wenschte
als
Er
beweerd:
te
gevaar kon loopen, en dat
zij
even
beslist
handhaven.
hebt toch gezegd, dat
aan de Staten-Generaal zouden willen handelen. Dat is volkomen juist, maar onmiddellijk daarop volgt: „Zij zou voorbarig achten intrekking van het ontwerp" enz. Daarmede was dus uitgeis
overlaat
de
gij
beslissing,
of en
in
hoever
gij
zij
maar dat zij vooralsnog aarzelde over de keuze van het tijdstip, waarop die intrekking moest plaats hebben. Dit tijdstip had men kunnen nemen, gelijk dezen morgen door den geachten afgevaardigde uit Goes ware gewenscht, onmiddellijk, maar men kon het ook op een ander moment
sproken,
de Regeering wel degelijk intrekking bedoelde,
dat
De Regeering heeft gemeend, eer ander moment daarvoor te moeten afwachten, ten einde aan 'de Kamer over dit ontwerp en de daarmede samenhangende aangelegenheden hier in het openbaar eerst nadere inlichtingen te kunnen geven. Met het oog op dit alles was het
kiezen.
toch zeer begrijpelijk, dat de Regeering hier vooraf wenschte te vernemen,
Kamer
bezwaar zou hebben tegen de intrekking, en, zoo Zegt men, dat de Regeering dat niet aan de Kamer heeft te vragen, maar dat zij dat zelf behoort te weten, dan antwoord ik daarop: dat is volkomen juist, wanneer het een geregeld geval geldt en men niet staat voor een onzeker geval gelijk hier. Hier echter hebben wij gemeend, de verantwoordelijkheid van de intrekking niet op ons te mogen nemen, zonder vooraf de Kamer in de gelegenheid te hebben gesteld, zich uit te spreken. De verantwoordelijkheid casu quo van intrekking aanvaardt de Regeering in den meest absoluten
of de ja,
zin;
de
men
welk
dat
zelf
bezwaar.
zeggen,
wil
Regeering
tot
dat
er niets van die verantwoordelijkheid, indien
intrekking besluit,
op de Kamer
aan de orde komt, bruusk of voorkomend handelen. mij
overgaat.
Maar
kan, wanneer eene teedere quaestie van constitutioneel staatsrecht
van het
Daarom moet
het
niet aangenaam was, waar zij moeten handelen, van achteren te haar tegendeel is omgezet en voorgesteld wordt
hart, dat het der
Regeering
meende beleefd en voorkomend
te
bemerken, dat die intentie in als eene poging om tegenover de Kamer in deferentie te kort te schieten. Door dezen geIk kom thans tot den heer De Savornin Lohman. achten afgevaardigde is het denkbeeld geopperd, of de Kamer zich niet Daaromtrent wil ik wel verbij motie over deze zaak kon uitspreken. klaren,
dat
het voor de gaafheid en zuiverheid van
—
het constitutioneel
handhaving van de rechten en de vrijheden, die ook deze miliciens aan de Vertegenwoordiging van het geen onverschillige zaak is Nederlandsche volk moeten dank weten
staatsrecht
d.
w.
z.
tot
volle
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's