Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 360

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 360

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

35^

Hfst. III. §

2.

werd de

schleiermacher.

106.

eigenlijke

taak der Theologie dus in handen

van de philosophie gelaten,

en onder haar naam een geheel

Feitelijk

ander complex van studiën aangediend. Doch ook

zelfs dit

com-

plex van studiën werd van de philosophie afhankelijk gesteld,

daar eerst aan de philosophie de gegevens moesten ontleend,

de Kerk

als object

evenmin

als

van wetenschap

iemand

het

ooit

in

critisch te classificeeren.

om En

den zin zou komen voor „de

staatkunde" een eigen faculteit te organiseeren, evenmin gelukte

om op

het,

faculteit

dit

standpunt het bestaan van zulk een afzonderlijke

voor de „Kirchenkunde" te rechtvaardigen. Immers deze

Ecclesiologie zou dan te cöordineeren zijn

de Politeiologie, zoo we,

om

de eenheid

met de Sociologie en

in klank,

de kunst van

de „Führung und Leitung des Staats"

Politeiologie noemen mogen. Naar Schleiermachers opvatting hoorde dan ook de Ecclesio-

welbezien in de juridische faculteit thuis iets, wat strookt met Kant's uitgangspunt van de „statutarische Religion". Het is in verband hiermee opmerkelijk, hoe bij Schleiermacher de logie

;

definitie

van

dusgenaamde Theologie samenhangt met het

zijn

overbrengen op de Kerk van de staatsidee der hiërarchie,

met het

splitsen

van de Kerk

in

dan ook den naam van „clericaal" volstrekt

leeken; zoodat hij

schuwt, maar veeleer uit beginsel telkens bezigt 106,

123

meer

is

al.).

zijn

geven, moet zoek.

Om

i.

(p.

8, 9, 24,

niet

92,

aan deze theorie der „Kirchenkunde" (want

Theologie hij

d.

overheid en volk, hier clerus en

niet)

een wetenschappelijk karakter te

dus wel beginnen met een

philosopJiiscli

Dit philosophisch onderzoek heeft vast te stellen,

„das Bestehen (frommer Gemeinschaften)

onder-

waarom

ein für die

Entwik-

kelung des menschlichen Geistes nothwendiges Element"

is (p. 13),

en

voorts

.

.

.

„auf welche Weise und in welchem Maass die eine

von der andern verschieden sein kann, imgleichen wie sich auf diese Differenzen das eigenthümliche der geschichtlich

Glaubensgenossenschaften bezieht. Religionsphilosophie"

dan

begint

(p.

13).

Und

hiezu

Is dit resultaat

ist

gegebenen

der Ort in der

eenmaal verkregen,

de critische operatie, die deels apologetisch, deels

polemisch te werk

gaat.

De

Apologetiek

(p.

22

— 26)

heeft tot

taak de uitnemendheid van de „Christliche fromme Gemeinschaft"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 360

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's