Parlementaire redevoeringen - pagina 90
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901—1902.
88
en God. Deze zes relatiën vormen één complex, waarvan de opvatting onze geheele Staatsregeling beheerscht en, zoo ze faalt, een verderfelijken uitoefent,
invloed niet
die
niet
worden, dat de leer der
ontkend mag worden. vrije liefde
Ontkend toch kan
en de nieuwe litteratuur invloed
op de beschouwingen over de verhouding tusschen man en ontkend toch kan niet worden, dat nihilisme en anarchisme voortwoekeren, en dat de „Droomers" van Maurits van Wagen voort Ontkend reeds hebben geleid tot verdediging van den koningsmoord. kan niet worden, dat al zulke slechte ideeën veld gewonnen hebben in de maatschappij en daaraan langzamerhand eene richting gegeven hebben,
hebben
vrouw
;
die herziening behoeft.
Als
men
schillende
dit
op den voorgrond
stelt
en dan
ter
hand neemt de ver-
wetsontwerpen, die onder het vorige régime ons voorgelegd
geworden,
niet
onnoodig verlengen, maar wil toch verklaren, dat
stelling,
dat
dit
verontrust
zelfs
Ik
zal dit
ik
debat
volhoud de
wetsontwerp was eene aanranding van de vrijheid der kom ik niet terug, ook niet na hetgeen
Kerk, en daarvan
Christelijke
de heer
dan
de Armenwet.
zijn
Goeman
Borgesius er over heeft gezegd. Ik beroep mij verder
op de voorgestelde wijziging van art. 356 van het Burgerlijk Wetboek aangaande de vaderlijke macht, waardoor m. i. de rechten van het huwelijk werden aangetast. Ik weet wel, dat de socialisten mij zullen antwoorden als er ruzie is, vragen wij een vroed man om die ruzie te herstellen. Predikanten en pastoors brengen wel erger dingen in de huisgezinnen. Doch dat is eene verwarring van denkbeelden, die met dit onderwerp niets heeft uit te staan. Natuurlijk blijft ieder vrij in zijn huis als man en vrouw ruzie maken, kan de een of de ander of kunnen beiden zooveel vrienden er bij vragen als zij verkiezen; dat moeten zij zelven weten en het blijft eene vrije zaak. Maar hier wordt niet gezegd, dat, als beiden een kantonrechter willen hebben, ze hem dan maar moeten roepen, maar dat, als man en vrouw geschil hebben en de hulp van den kantonrechter door een hunner is ingeroepen, beiden zich aan de uitspraak van dezen moeten onderwerpen. Dat is de quaestie en daarom achten wij dat wetsontwerp bedenkelijk en hebben wij het niet willen overnemen. Het Christelijk huwelijk werd er door aangetast en daartegen hebben wij van onze zijde krachtig willen protesteeren, al geven wij gaarne toe, dat de voorstellers niet de bedoeling hebben gehad, die door mij aan het wetsontwerp wordt toegeschreven. Als de geachte spreker art. 23 van het oorspronkelijk wetsontwerp op den leerplicht inziet en zou willen zeggen, dat hij daarin niet kan zien aanranding van het vaderlijk gezag in huis, dan ja, is er tusschen :
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's