Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 519

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 519

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

2.

Hfst. III. § 143. BALJON.

wordt en

rechtvaardige!

naar zijn eigen getuigenis juist

dit

het bestaan Gods onmogelijk

en

mensch"

zedelijke

te vindiceeren, die

blijft

Zoo tracht

21).

(p.

aan de Theologie

menschheid een voorname den godsdienst

rol speelt,

niet te verstaan,

(p. 2 1).

is

dus „de godsdienstige

dan ook de plaats

hij

geheel der wetenschap-

in het

Aangezien de godsdienst

pen toekomt.

bij

is.

eigenlijke object der Theologie

Het

511

in het cultuurleven

der

dat cultuurleven zonder

Daarom behoort de Theologie

den cyclus der wetenschappen thuis. Toch is dit niet de reden, waarom de Staat de Theologie aan de Universiteiten laat onderin

De

wijzen.

oorzaak daarvan

Evenals de heeft

hij

van den tiging

is

veeleer een louter practisch belang.

Staat zorgt voor goede geneesheeren, rechters enz.

ook

te

zorgen voor goede predikanten.

Staat zijn

verdienen"

(p.

22).

Het bekende

Kant

Staat alleen te zorgen heeft voor het

wetenschappelijke onderzoek der Theologie en die een kerkelijk

Dogmatiek gelaten.

de burgers .

.

.

behar-

utiliteitsargument van

Kant. Slechts wijkt Dr. Baljon daarin van

hem de

Want

„godsdienstige wezens, wier belangen

af,

dat volgens

vrije,

zelfstandige,

daarom

die vakken,

gebonden karakter vertoonen, zooals Symboliek,

aan de Kerkgenootschappen moeten worden overscheiding bij de Wet van 1876 gemaakt, wordt

etc.

De

hier dus principieel verdedigd.

Had

Dr. Baljon deze scheidslijn consequent doorgetrokken, dan

zoogenaamde „kerkelijke vakken" buiten het erf der wetenschappelijke Theologie gevallen zijn. Toch doet hij dit niet. Wel werpt hij de practische Theologie buiten, omdat deze

zouden

deze

„een zuiver practisch belang" heeft

(p.

13),

maar de Symboliek,

Dogmatiek en Ethiek neemt hij in het kader der Theologie op. Zijn indeeling luidt dan aldus: Voorop gaan de kenbronnen van den Christelijken godsdienst, of het literarisch deel der Theologie, waarbij

achtereenvolgens

boeken

des

geschiedenis

N.

den

verklaren,

de

de

tekst

van de

Exegese met de Hermeneutiek en de des Nieuwen Verbonds. Van het zelfs als hulpwetenschap om het Nieuwe

van de boeken

Oude Testament te

V.,

behandeld worden

is

hier,

geen sprake meer.

Dan

volgt de geschiedenis van

Christelijken godsdienst of het historisch deel der Theologie,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 519

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's