Parlementaire redevoeringen - pagina 310
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
308
Een ander geval is dat van Venlo, hetwelk door den heer Ketelaar besproken is. Daar zit men met de omstandigheid, dat het bijzonder onderwijs zich krachtig ontwikkelt en eene zekere verlegenheid
vraag moest mitsdien door de gemeente overwogen worden, of daar
dadelijk
zoodanig
zich
nomen. de
zij
eene openbare school moest bouwen ol zich
met andere
helpen
zou
van zaken heeft de gemeenteraad geoordeeld, dat
tijdelijk
ergens onder moest brengen.
voor de
de zaak aldus, dat er
is
be-
onderwijs
konden worden opge-
uitbreiden, dat alle kinderen
In dien stand
kinderen
De men
tijdelijk
in afwachting, of het bijzonder
localiteit,
ont-
is
doordat 230 kinderen geen plaats konden vinden op school.
staan,
meisjes
op
de
Dientenvolge
bijzondere
school,
geopend te worden, plaats genoeg is, terwijl er kans bestaat, dat het met de opening van eene bijzondere school voor jongens nog In afwachting daarvan heeft men niet geeenigen tijd zal aanloopen. laat maar zegd: ons spoedig eene opeabare school bouwen, die weer leegloopt, wanneer de bijzondere school er komt en die er dan voor die
staat
niemendal
staat,
maar
afgesproken,
is
dat
in
de
school,
die aan
de
parochie behoort, de kinderen zullen worden ondergebracht, of wel, dat
men eene nieuwe
school zal bouwen, maar onder conditie, dat, wanneer
zal worden aan het bijdoen met eene sterkere toevloeiing van de bevolking, maar met eene op en neer gaande verhouding van het openbaar en bijzonder onderwijs, met eene onzekerheid, welke van die twee het overwicht zal krijgen en als gevolg daarvan met een 'niet onmiddellijk handelen. Van mijn zijde zal aan het gemeentebestuur van Venlo te kennen worden gegeven, dat langer uitstel van beslissing ten deze niet mogelijk is, en dat, hetzij in de eene, hetzij in de andere richting, iets gedaan moet worden.
leegloopt,
zij
die
zonder onderwijs.
De
openbare
Men
school
daar
heeft
verhuurd niet
te
geachte afgevaardigde, de heer Ketelaar, heeft mij onderscheidene
beantwoorden zal. Vooreerst wat ik denk van de meening van Gedeputeerde Staten van Groningen. Hij zal het echter in mij niet impertinent vinden, als ik over eene zaak, waarin ik misschien later aan de Koningin zal hebben te adviseeren, hier geen meening uitspreek. Is het hem er om te doen, iets algemeens van Gedeputeerde Staten te weten, dan moet hij maar eens nagaan, welke beslissing andere Staten genomen hebben. Wanneer hij dan ziet, dat kleine
vragen
vroeg
hij,
gedaan,
die
ik
kortelijk
of ik hier eens pertinent wilde zeggen,
andere Staten eene tegenovergestelde beslissing hebben genomen als die Groningen, en tevens bemerkt, dat geen poging is aangewend om
te
die
andere beslissing,
als
in
strijd
met de wet,
te
vernietigen, dan zal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's