Parlementaire redevoeringen - pagina 579
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Voordrachten voor de Raden van Beroep. en de vergadering werd met spoed bijeengeroepen, zeide
April
konden per
uit
op de
en
griffie
drachten,
waarbij
alle
Zij
En op de
eene geheele reeks voor-
ontbreekt, dat de voorgedragenen bereid
nemen,
te
wij niet
ja,
waarbij zelfs
aangenomen moet
bedanken. Zou het nu wel zooveel gehinderd hebben,
dat allen
wanneer men
wij krijgen hier
:
bewijs
eene benoeming aan
worden,
daar natuurlijk wel ingezien.
zijn
kon men dus zeggen
griffie
iiij;
onderzoeken. Toegegeven, maar de stukken zijn Amsterdam zoo maar in die vergadering geworpen.
niet
alles
post
waren
zijn
577
—
Haarlem
met Amsterdam telephonisch verbonden had en even getelefoneerd had naar Amsterdam: verstaan wij het wel, hebben al die mannen, die op de voordracht staan, bedankt en moeten allen beschouwd worden als personen, die niet in aanmerking wenschen te komen? Vraagt men, of
—
destijds
een
is
uur gepauzeerd
half
Gedeputeerde Staten daartoe had kunnen dwingen, dan antwoord ik Maar ik meen toch, dat, waar zulk eene organisatie voor het eerst toepassing vond, en er hier van de zijde der arbeiders op ijverige, geheel wettige wijze was gewerkt om een door de wet hun ik
ontkennend.
verzekerden invloed op de samenstelling van de Raden van Beroep te krijgen, het toch wenschelijk ware geweest, dat Gedeputeerde Staten begrepen hadden, dat er organisaties te helpen.
hierom
juist
Waar
reden bestond, de arbeiders-
alle
hier door het groot getal
voorgedragenen
vermoeden moest gewekt worden, dat er eene fout in het spel was, daar kan ik niet anders zeggen, dan dat het mij leed doet, dat de zaak dezen loop genomen heeft. Ik voeg er gaarne bij, dat, wanneer het mogelijk ware geweest, de aldus mislukte zaak te laten overdoen, ik zeer zeker met mijn ambgenoot van Justitie alles zou gedaan hebben het
om
dat doel te bereiken.
ik het met den heer Schaper, waar deze ten slotte Gedeputeerde Staten dan toch maar de menschen van hadden zij nu eenmaal het al die voordrachten benoemd; immers, idéé, dat die voordracht niet in orde was, daarom hadden zij toch wel
Niet
zeide:
eens
ben
Hadden
menschen kunnen benoemen.
Die redeneering gaat niet op. Wanneer men eenmaal in de onderstelling verkeert, dat al de voorgedragen personen te kennen hebben gegeven, dat zij de betrekking niet wenschen aan te nemen, dan vervalt op dit standpunt de mogelijkdiezelfde
heid Ik
om
diezelfde
meen,
gesproken, en ga
de
heer
gebeurde
menschen
te
benoemen.
Dat spreekt van zelf. genoeg heb
dat ik mij over deze zaak thans duidelijk
Schaper,
tot
andere punten over. heeft
met de stembus,
ter
sprake
eene
De
gebracht
circulaire,
uit-
geachte afgevaardigde, het
door mij
te
in
Harderwijk zake de be-
37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's