Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 69
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
2.
Hfst. III. § 38.
dien Eusebius Hist. Eccl. VI.
1
9
ORIGENES.
ons bewaard heeft,
61
schrijft.
Ook
laat Eusebius nadrukkelijk uitkomen, dat vooral tijdsgebrek (itólkovg q>oirijTocg nnnaióvra^) Origenes tot deze inkrimping van zijn colleges
bewoog. Toch neemt
weg, dat
dit niet
in
de aangehaalde woorden
de tegenstelling tusschen de profane en de theologische studie helder uitkomt,
beide reeds diep tot
en dat de tegenstelling tusschen
Origenes' besef was doorgedrongen.
De
Uqa uu&ijuutu
vormen voor
een eigen groep, die tegen de -/QuiiuaTixoi Xóyoi over staan. Immers hij noemt ze aavfiqxovov en Ivavriov, de ééne aan de andere. Iets wat te meer weegt, nu Eusebius er bij voegt, dat het staken
hem
van deze classieke colleges Origenes
in niet
geringe geldverlegen-
heid bracht. Zijn opgeven van deze colleges sproot dus ten deele uit tijdgebrek, maar ook ten deele uit overtuiging voort, en zoo
mag
we
dus geconstateerd, dat
paedische gegevens vinden:
i.
reeds
bij
Origenes deze encyclo-
het besef, dat er zeker organisch
tusschen de Theologie en de overige wetenschappen 2 dat niettemin tusschen beide een tegenstelling bestaat, die ze in dat in de groep der heilige studiën twee groepen uiteen werpt;
verband
ligt
,
3
critiek,
dat de studie
4.
.
exegese en dogmatiek bij
tot
haar recht moeten komen; en
hem samengevlochten
is
met de
ascese.
Voegt
de geschriften, zoo van Clemens Alexandrinus het als van Origenes, voor het meerendeel verband houden met schriften gegeven onderricht, en let men er op, hoe ook in deze
men nu
hierbij, dat
ongeveer dezelfde gedachtengang uitkomt, dan wordt het inzicht in de eerste ontkieming der theologisch-encyclopaedische idee metterdaad veel
rijker,
dan men, louter op Chrysostomus en Ambrosius
afgaande, dusver vermoedde.
De gedachtengang uit
van
van Clemens
in zijn drie
hoofdwerken ging
het verband, dat tusschen de heilige studie en het paga-
de schepping zelve, door den Logos gegeven was, en vindiceert dus feitelijk de organische saamhoorigheid van de Theologie met het corpus der overige wetenschappen. Zijn
nistische streven, in
//ww.Tnzó; striemt de onzedelijkheid en de innerlijke koelheid van het paganistische leven, maar vernietigt het niet. Veeleer op grond van de heidensche aspiratiën een pleidooi voor het Christendom. Niet alsof het Christendom een soort vol-
levert
hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's