Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 239

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 239

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

HET UNIE-RAPPORT. mee kon hebben; maar

vrede

althans

onmogelijk was,

welk geval

in

Unie-rapport

het

dat het kon blijken, dat dit zouden komen te staan voor de

wij

woord „moest"

noodzakelijkheid, die in dat

Thans

237

zelf.

De

ligt

uitgedrukt.

De Waal

heer

Malefijt heeft zich

tot tolk gemaakt van hen, die aanvankelijk min of meer verrast waren geweest over het niet aankondigen in deze Troonrede van een wetsontwerp tot nadere regeling van het lager onderwijs. Maar die geachte

afgevaardigde heeft tevens verklaard,

na de lezing van de Memorie

dat,

Antwoord, die ongerustheid bij hem en degenen, wier opinie hem Daarop is van andere zijde ter oore was gekomen, was geweken. Dat is ook een gauw voldaan mensch. Mijnheer de Voorgezegd: van

zitter!

Van

zoo

menschen in dien zin houdt de is, dat met degenen, die zelfs met daar gedaan is, niet aanvankelijk weer tot gerust-

eene mededeeling

zouden

heid

Ik

zijn.

als

zijn

te

neem de

afgevaardigde,

voldane

spoedig

Regeering wel, omdat

overtuigd

zij

den heer

in,

afgaan,

is,

elke

dat

zoo

dit

juist

Heemskerk,

gesproken, dat hetgeen wij wij

voor

brengen,

positie

wenschen,

geldelijke

Kabinet

niet

zal

te

handelen

aangegeven door den geachten

nog eens duidelijk heeft uitwaarop wij aansturen, waarop

die

bevoorrechting

van den eenen tak

van onderwijs boven den met dien tak concurreerende vervallen moet. Waar eenmaal de volksschool, zoowel van de zijde van het openbaar, van het bijzonder onderwijs

als

gleichwürdig, kan

het

niet

in

anders,

de wet geaccepteerd

is

geworden

als

of daaruit ontstaat eene beweging,

kan komen eer het water in die beide polders op hetzelfde peil is gekomen. Tusschen de rechterzijde en het Kabinet bestaat er dus volkomen overeenstemming over, dat de finale schoolquaestie voor ons dan eerst is opgelost, indien dat doel bereikt is. Zou echter zonder meer en op het oogenblik het Unie-Rapport ons die finale oplossing kunnen geven? De geachte afgevaardigde uit Goes, de heer De Savornin Lohman, die men wel mag erkennen als den welke

niet

rust.

tot

vader van het Unie- Rapport, heeft duidelijk uitgesproken, opvatting, dit niet het geval kan zijn, en de Regeering daarmede instemmend, in de Memorie van Antwoord onder andere

geestelijken

naar

dat,

heeft,

zijn

gewezen op een

beletsel, dat

der Grondwet daaraan

de tegenwoordige formuleering van

art.

192

in den weg legt. nog de eer had, lid der Kamer te zijn, heeft de moeilijkheid, die daaruit voortkwam, nl. het ondoenlijke om in eens naar het finale door te stoomen, bij mij zóó zwaar gewogen, dat ik met den heer De Savornin Lohman en met u, Mijnheer de Voorzitter, destijds eene motie heb voorgesteld, welke niet in behandeling is gekomen, maar waarbij

Reeds toen

ik

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 239

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's