Parlementaire redevoeringen - pagina 88
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
86
De de
— 1902.
heer Staalman heeft opnieuw gevraagd, of het ons voornemen
wetsontwerpen het
betrekkelijk
van
regeling
tot
hier
strafrecht
in
de
militaire
behandeling
te
pensioenen
en
is,
die
brengen, en daarbij
voor onze rekening te nemen de beginselen, die daarbij zijn uitgesproken. Ik heb die vraag in mijn eerste rede niet beantwoord, omdat in de Troonrede zoo duidelijk ons
gewezen zin
te
lezen staat, dat wij de verdediging van die ontwerpen op
nemen.
willen
heeft, dat
En wanneer de
geachte spreker ook heden er op
partij, voor zoover zij in engeren van de kleine luyden, in dit Kabinet
de anti-revolutionaire
wel eens genoemd
is
de
partij
is, en hij meent, daarom de formatie van moeten afkeuren, dan moet ik hem de wedervraag doen: stel eens, dat wij in de door u getrokken lijn te werk waren gegaan, wat zou dan de uitkomst zijn geweest? Natuurlijk deze, dat geen Kabinetsformatie was tot stand gekomen en de door u zoo fel en
niet dit
sterk
vertegenwoordigd
Kabinet
te
krachtig bestreden liberalen nogmaals zouden gehad hebben een nieuwen
om juist dat kleine volk, waarvoor gij beweert op te komen, opnieuw hun overmacht te doen gevoelen. Of juist die kleine luyden met zulk eene uitkomst tevreden zouden zijn geweest, dat onderzoeke de heer Staalman zelf in die kringen. Ik ken die kringen genoeg, om te weten, welk antwoord hem op die vraag zal gegeven worden. De heer Drucker heeft het vraagstuk van het Reglement van Orde voor den Raad van Ministers opnieuw ter sprake gebracht, en, zoo ik hem wel begrepen heb, nogmaals er op aangedrongen, dat dit gewijzigd reglement zoo mogelijk publiek zou worden gemaakt, in dien zin, dat het ook hier een onderwerp van openbare bespreking zou kunnen uitmaken. Ik meende duidelijk genoeg te hebben gezegd, gisteren reeds, en voor zoover het niet duidelijk genoeg was, wil ik het dan nog termijn,
—
—
verduidelijken dat mijn bedoeling geen andere was, dan dat het, aan de Voorzitters van de Kamers toegezonden, met verlof om het ook aan de leden mede te deelen, ook vatbaar was voor openbare behandeling.
,
Wenscht daarentegen
door het Kabinet
zelf in
een
die geachte spreker, dat het bepaaldelijk officieel
stuk,
gelijk
de vorige maal,
in
Memorie van Antwoord of iets dergelijks worde opgenomen, dan zal dit geschieden, maar dan zal er een jaar over verloopen, en ik meende, dat het juist door de wijze, waarop het nu is toegezonden, in de Kamer veel spoediger tot eene discussie daarover zou kunnen komen. 1892, in de
Die geachte spreker heeft er zich min of waar hij ons uitgenoodigd had, de redenen meenen dat nu, meer dan vroeger, voor de lijke beginselen moet worden opgekomen,
meer over beklaagd,
dat,
op te geven, waarom wij handhaving der Christedoor mij uitsluitend ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's