Parlementaire redevoeringen - pagina 561
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Van een
559
familie.
hebben zich dan ook georganiseerd in eigen king en zich van de overige maatschappij, maar daartegen zijn juist de mannen van Gereformeerde belijdenis en ik meen, dat de Prote-
perschen
geïsoleerd
—
Kamer
mag een enkele Lutheraan onder van 1618 zijn opgekomen en allen hebben
stanten aan deze zijde der zijn)
voor de Belijdenis
gezegd, dat
zij
(er
—
daar geheel anders over denken,
wijl
naar hun opvatting
zelfs God gekend wordt door twee middelen, nl. uit de natuur en uit de Schriftuur. Wanneer nu zelfs de kennisse Gods, volgens de eigen volstrekt niet alleen uit de Schrift wordt gekend, geloofsbelijdenis, maar ook uit de natuur, hoe kan het u dan verbazen, dat wij in wereldsche zaken en materieele aangelegenheden ook op onze wijze uit de natuur redeneeren, altoos redeneeren door middel van de rede? Ik kan den geachten afgevaardigde dan ook verzekeren, hij zal ik heb de passage bij het dat Calvijn het trouwens wel weten debat van 1901 aangehaald en ook Voetius er niet anders over gedacht hebben; het geheele betoog, dat deze mannen hebben geleverd over de rede, zal hem leeren, dat het standpunt van Calvijn met het onze overeenstemt.
—
De
geheele
voorstelling
—
—
,
—
dus,
alsof
eene tegenstelling bestond,
hier
verwerp ik. Het is waar, Luther is aanvankelijk tegen Aristoteles opgekomen, maar Melanchton heeft hem dadelijk teruggedreven en de Lutersche dogmatiek heeft zich, wat dit punt betreft, later in dezelfde lijn als de onze ontwikkeld. Wat zouden wij hier ook doen, als wij enkel uit de Schrift konden redeneeren? Neen, wij komen hier als gewone landsburgers, hetzij als Kamerlid of als Minister, en noch als Kamerlid, noch als Minister heb ik mij ooit, naar ik meen, hier beEn hoe zou zondigd aan overvloed van theologische beschouwingen. konden het buiten de Kamer gaan, wanneer wij ook daar alleen redeneeren
uit
afgevaardigde
hoe
hij
de Schrift, onder de bijzondere leiding, gelijk de geachte het
ook aan
uitdrukte, die
van den
uitdrukking
is
Geest?
Heiligen
gekomen, hoewel
veins, dat het mij spijt, dat hij haar gebezigd
Ik
begrijp,
ik mij niet
heeft, vooral
ont-
verband
in
met die woorden doelende op mannen, die in ons oog geen knip voor den neus waard waren. Het spijt mij, zeg ik, dat de geachte afgevaardigde niet heeft gevoeld, hoe de naam en de belijdenis van God den Heiligen geest bij ons zóó hoog staat, dat het noemen van Zï]n
Naam
in
indruk
moest
wat de
zaak
redeneeren
in
verband
met
teweegbrengen.
zulk Ik
eene
kan
frase
den
bij
ons
geachten
een
pijnlijken
afgevaardigde,
overigens volkomen geruststellen.
zelf
betreft,
ons
gewone leven
uit
de
natuur
der
dingen,
Ook
wij
en dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's