Parlementaire redevoeringen - pagina 264
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
262
Maar aangezien deze zaak
in het
debat
is
gebracht,
is
van
het eisch
vraagstuk eenigszins dieper worde ingegaan.
oogenblik, dat op dit Behooren de democratische elementen onder de christelijke partijen Ik begin rechts of wel links, of met name bij de sociaal-democraten? eene historische met onderwerp gewichtig dit van bespreking de bij het
1894 heeft metterdaad de georganiseerde anti-revolutiovoor haar meerend eel eene proef genomen, in hoever het
herinnering. In naire
partij
mogelijk en profijtelijk was, met de democratische elementen van de overzijde accoord te gaan. Bij die proef stond op den voorgrond de overtuiging, dat de aandrang tot uitbreiding van kiesrecht een aandrang was, die geleek op een perpetuum mobile, totdat eindelijk Daar nu de anti-revohet algemeen kiesrecht verkregen zou zijn. kiesrecht om des beginsels wil niet kan lutionaire partij het algemeen en niet mag aanvaarden, werd de proef genomen, of zulk een aandrang
goed,
voorloopig
en voor langen
tijd
kon worden
gestuit.
De
ondervinding,
toen opgedaan, heeft aan de anti-revolutionaire partij en aan
alle partijen
het algemeen geleerd, dat het met de heeren democraten links slecht
in
kersen eten
is.
Duidelijk
onzen
toen
is
steun
gebleken,
vond,
bruikbaar
leenen van tegensteun,
dit,
men gaarne onze hulpe aannam en maar dat, als het aankwam op het verdat
hoewel enkele
was, omdat hun kiezers niet wilden.
onze
zijde altijd
zoo verstaan, dat
leiders het wilden,
In de
men
onmogelijk
tweede plaats was het van
gezamenlijk stem in het kapittel
wat men doen zou. Van die zijde wilde men echter, dat wij eenvoudig hand- en spandiensten zouden De uitkomst was dan ook, dat men na die proefneming in verleenen. anti-revolutionaire kringen tot de overtuiging is gekomen: op dien voet
zou
hebben,
om
te
overleggen
nooit weer! In een uitgegeven vlugschrift
mijnerzijds
Nu
is
ook
Democratische klippen
is
dit
toegelicht.
de vraag deze: toen er
in
1901 een Kabinet moest worden ge-
formeerd, kon toen geschieden wat door enkelen gewenscht werd,
formeeren van een democratisch Kabinet? Neen, want al had democraten allen bij elkaar gevoegd, eene meerderheid hadden
nl.
het
men de zij
niet
de vraag gesteld worden: mocht zulk eene actie leenen, na hetgeen
uitgemaakt. In de tweede plaats moet
de anti-revolutionaire zij
bij
partij
zich
tot
ervaring geleerd had en nadat links de nieuwe
partij
der sociaal-
democraten was opgetreden? De beantwoording van die vraag hangt aan deze twee vragen in de eerste plaats, of de anti-revolutionaire partij gleichberechtigt in zulk een samenstel zou zijn toegelaten, ja dan neen, :
en
in
de tweede
plaats,
of de sociaal-democraten in het Nederlandsche-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's