Nabij God te zijn - pagina 156
148
GOD, MIJN GOD.
o,
dat
Gods,
die
Hij,
alle
deze
zijn
kindereu met een eigen
aanleg en een eigen roeping schiep en uitverkoor, voor een iegelijk
kan, die
Niet
hen
van bij
een
die
juist
bijzondere
hun aard en hun toestand algemeene
vervulling
God
zijn
wil en zijn
voegt.
voor allen eender, maar
voor een iegelijk van hen die bijzondere vervulling die
juist
behoeven.
zij
Niet
ook
de
alleen
zijne
allerbijzonderste Voorzienigheid.
allerbijzonderste
Maar
zelfontdekking van zyn Goddelijke
Majesteit in den spiegel van elks zieleleven.
En
als het daartoe
vanzelf,
op:
„o,
ongedwongen,
komt, dan, maar ook dan
eerst,
klimt
uit het hart de jubel der aanbidding
God, mijn God!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's