Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 286

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 286

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1902—1903.

284 Als

geholpen.

zaak

inspecteurs

waarmede

riem,

begint met hier te zeggen, dat

hij

eigenlijk

Schaper

heer

gedaan hebben wat

noemen mag,

Door

mogelijk

een

uit

om

niet te

rapport bleek, dat

het

de beklaagden,

stellen

te

zij

als ik

ver-

zij

ze zoo

en het andere zoo weinig

Wanneer men dat beweert ten opzichte van men eene aanklacht uit tegen zijn onparechter uit den weg is geruimd, heb ik er geen

spreekt

dat

onderwerpen,

medegedeeld

opdat

hebben,

overtuiging

dat

hun macht was

bezwaar tegen, hetgeen te

beweerd, dat

niet

is

gezegd,

heeft

in

dan

Daar

tijdigheid.

Staats-

den eenigen

wegen.

laten

te

inspecteur,

mij

een gunstig daglicht

in

men de hij

kan roeien.

ik

(De heer Schaper: trouwen zijn.)

De

kan vertrouwen, dan breekt

niet

ook de

nogmaals

is

aan

een onderzoek

Schaper en anderen de volle

heeren

Den Haag bij de Regeering geen op te speuren en te doen wat tot houde echter wel in het oog, dat,

althans in

dat

dan

andere bedoeling voorzit,

alles

kan strekken. Men waar wij als Regeering handelen, wij niet mogen afgaan op geruchten, op het zeggen van dezen of genen, op een stukje in Tubantia, maar alleen dan kunnen handelen, wanneer eene zaak tot hooge waarschijnverbetering

lijkheid

gebracht.

is

dat

de

mede

zijn

niet

de

dezen

In

zaken

heid,

niet

zijn

is

zeer zeker hooge waarschijnlijk-

er

zooals

zij

détails in het geschrift

wezen

maar daar-

moeten,

van den heer Meltster zóó

is, wat reëel is en wat uit zijn phantasie is voortden heer Schaper konden uitnoodigen, dat als adjunct-

geschift, dat duidelijk

gekomen. Als

mede

inspecteur aarzelen zijn

aan

wij

om te

te

onderzoeken,

uittemaken,

nemen.

wat

Alle

als

dan

ben

wezenlijk

ik

en

hij

zou

wezenlijk

zou

overtuigd, als

niet

nu verstrekte gegevens zullen

dat

wij echter in

aanmerking nemen. Overigens wil ik datgene, waarmede de geachte afgevaardigde begonnen is, gaarne beantwoorden. Hij heeft gelijk, dat de dirigeerende personen in het gesticht de grootste verantwoordelijkheid dragen en dat

twijfel

gerechtvaardigd

genoeg door de uitkomsten

is,

of die verantwoordelijkheid

gedekt

wordt.

Hoewel

ik

wel niet

steeds

gaarne

ten nadeele van die heeren zeg, moet ik er op wijzen, dat de meeste mannen, ook die van nobelen zin, die men voor de taak stelde, niet enkele weken of enkele maanden, maar jaar in jaar uit van hun leven in zoo'n gesticht te zijn en op alles toe te zien, langzamerhand iets

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's