Parlementaire redevoeringen - pagina 573
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Zwendel en speculatie. worden,
hem
voor
namelijk, die het
ik mij in gewijzigden zin
Wat
de zwendelarij
voorgesteld,
vanmorgen
nam, dat
mij kwalijk
uitgelaten.
betreft,
de
heeft
Goeman
heer
Borgesius het
Regeering verkeerd handelde, door
de
alsof
had
571
niet dadelijk
maatregelen te nemen tegen de speculatie en de naamlooze vennootschappen. Hij is beter thuis in die wereld dan ik. Ik had er vroeger Maar als hij werkelijk meent, dat hiertegen een nooit van gehoord.
afdoend
middel
bestaat,
hem
dan vraag ik
toch,
waarom
hij,
toen
hij
Minister was, den heer Gort van der Linden niet zoo lang geprikkeld en
gedrongen
heeft
dat
wijten,
wij
tot
met onzen arbeid
komt
ver-
veel verder hadden moeten
zijn,
Wanneer
deze het deed. al
hij
hier ons
klopt dan daarmede, dat wij nu weer andere dingen moeten doen
hoe
en ontwerpen moeten indienen op de naamlooze vennootschappen, tegen zwendelarij,
op
beursorganisatie,
voor de hand
zoo
leerplicht,
liggen.
voorbeeld, was
bij
al
te
gader regelingen, die toch niet dienstplicht en den
Met den persoonlijken
men
terstond klaar en
maar
men had
zijn
denk-
de beursspeculatie heeft beelden maar in artikelen te gieten; men te doen met een onderwerp, waaromtrent hij zelf zal toestemmen, bij
niemand vooralsnog juist weet, hoe de oplossing gevonden moet worden. Bovendien, wanneer de geachte afgevaardigde daarvan zoo vervuld is, was hij dan niet verplicht geweest, in het Voorloopig Verslag zijn eigen denkbeelden te ontwikkelen? Maar nu krijgen wij niets Deze wordt maar aan anders dan eene uiterst ingewikkelde quaestie.
dat
het
Gouvernement voorgeworpen en wanneer
dit niet
dadelijk voor haar
wordt gezegd, dat de Regeering dergelijke gewichtige onderwerpen maar blauw blauw laat. De geachte afgevaardigde meende voorts, te kunnen constateeren, dat
oplossing gaat
zorgen,
door de Regeering erkend was, dat, ook al had hier een ander Kabinet gezeten, op niet minder goede wijze orde en rust in het land bewaard waren gebleven of hersteld waren geworden. Dit heb ik niet Ik heb veeleer laten doorschemeren, gezegd, Mijnheer de Voorzitter. aan den geachten afgevaardigde wel dar, waar in sommige kringen
—
bekend
—
krachtige
Gouvernement en
te
stemmen opgingen om tijdelijk te retireeren als appaiseeren tot er rust kwam, en daar naast stond
de verklaring van den geachten afgevaardigde, dat hij, indien het noodig was, zoo scherp mogelijk zou zijn opgetreden, daardoor juist het gevaar zou hebben kunnen ontstaan, dat er wel eerst schijnbaar zekere rust teruggekeerd, doch dat, waar de kracht van het verzet niet was dit ten tweedenmale veel krachtiger zou zijn opgekomen en
ware
gebroken,
dan
in
bloed zou
zijn
gesmoord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's