Parlementaire redevoeringen - pagina 224
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
222
Niet zonder ingenomenheid viel voorts uit het Voorloopig Verslag af te
dat
leiden,
Kabinet
in zijn
Kamer
der
de vrijmaking van het onderwijs (gelijk deze door dit Regeeringsprogram werd geschreven) in de afdeelingen
niet alleen
geen bestrijding ontmoette, maar reeds voor dit
zelfs
zoo
warm
aankondigen werd voorgestaan, dat het niet van voorstellen óók tot vrijmaking van het lager onderwijs, niet naliet, gewaarwordingen van „teleurstelling en bezorgheid" te wekken. Met name het plan, aan eene Staatscommissie het onderzoek op te dragen naar eene betere ineenschakeling
zittingjaar
van de verschillende deelen van het
onderwijs, baarde blijkbaar vrees voor vertraging, zoo niet voor
Mits
men
het
meer uitgebreid
onderwijs buiten rekening
gewoon
lager onderwijs
lager onderwijs, en
late,
is
evenzoo het herhalingsHet
mist die vrees echter eiken grond.
eene vaste hoegrootheid, die
De
schuiving of grenswijziging in aanmerking komt. pas,
waarmede bedoelde Staatscommissie, wordt
zal
afloopen, zal uit
de
tijdruimte,
die
niet
voor ver-
snellere of tragere
ze benoemd, haar
dien hoofde van geen invloed hoegenaamd
noodig
blijken,
zal
uitstel.
vrijmaking van het lager onderwijs
in
om staat
weg
zijn
op
het wetsvoorstel tot verdere
van wijzen
te
brengen.
Al
dan ook de hoop, in het Voorloopig Verslag op bladz. 4 uitgesproken, dat de Regeering in deze Memorie reeds het „tijd^^ip" zou kunnen aangeven, waarop het desbetreffend wetsontwerp de Kamer zal kunnen
is
bereiken,
den aard der zaak
uit
lijking vatbaar, toch acht
schuldig
te
maken, zoo
reeds
voorstel
aangekondigd. strekking
van
in
in
zij
wetsvoorstel
Mackay zoo
te
voor verwezen-
gewaagde toezegging
de verwachting uitspreekt, dat bedoeld wets-
eerstvolgende
de
Evenmin schroomt dit
letterlijken zin niet
de Regeering zich niet aan
zal
Troonrede
nu reeds moeten zijn,
zij,
kunnen worden
zal te
verklaren,
om
de
in
dat de
1889 door
ondernomen poging tot oplossing van de schoolquaestie thans met name ook in dien zin voort te zetten, dat verbetering van de positie der bijzondere onderwijzers met de De verdere ontlasting van de schoolbesturen gelijken tred houde. het
Kabinet
positie
gelukkiglijk
van het onderwijzend personeel bepaalt
in niet
geringe mate de
beteekenis van het volksonderwijs voor onze nationale ontwikkeling, en het
is
wijzers
uit
ook aan de bijzondere onderOverheid aan het bijzonder bieden steun ook hun naar vasten maatstaf
dien hoofde eisch, dat de wet
zekerheid
geve,
onderwijs geboden en
te
dat
de door de
kome. Hoe hoogelijk het toch te waardeeren zij, dat tal van bijzondere onderwijzers in de eerste „Drang- und Sturmperiode", ter wille van hun overtuiging, alleszins heroieke offers hebben gebracht, zulke offers mogen niet langer gevergd worden, nadat de periode van ten goede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's