Parlementaire redevoeringen - pagina 326
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
324
heer Helsdingen moet ik eene
Den
dat de
den
van
inspecteurs
fabricages,
waarbij
dat
onder
en dat
de inspecteurs
bij
De
voorbeeld
hij
hoogte
op de
niet
wordt,
hebben ingesteld?
schillende onderzoekingen
weet,
arbeid
gebruikt
lood
Meent
vraag doen.
werkelijk,
zijn
niet tijdig
zij
van de de ver-
geachte afgevaardigde
de heer Kuyper, die
is
heeft. En denkt van professor Thorpe bekend was, en dat eerst door zijn mededeeling hier in de Kamer zulke sjukken langzamerhand Binnenlandsche Zaken bereiken? Metterdaad maakt hij zich zoodoende eene voorstelling van onze inspecteurs van arbeid, die hunner onwaardig is. Ik ga dan ook op de zaak niet in, maar wil er slechts op wijzen, nu de geachte afgevaardigde heeft voorgelezen wat de Engelsche Regeering bepaald
een zeer uitvoerig rapport daarover gepubliceerd
zelfs
nu werkelijk, dat wat aan het Departement niet hij
heeft, dat die
Regeering
loodverbindingen,
maar
hij
heeft voorgelezen
niet verplicht heeft gesteld het niet
gebruiken van
heeft voorgeschreven, dat het percentage lood
een minimum beperkt moet worden. Welnu, laat de geachte afgeWanneer de heer Helsdingen vaardigde afwachten wat er hier komt. tot
evenwel zegt, dat de quaestie uitgemaakt is en dat men een probaat chemisch samengesteld middel heeft gevonden, waarmee men dezelfde resultaten kan verkrijgen zonder eene stof te bezigen, waarin ook maar Ik dank hem voor het eenig lood is, laat hij het mij dan mededeelen. dat
stuk,
nog
mij
hij
De
heeft
gegeven,
maar
als hij mij
mijn dankbaarheid nog grooter
geeft, zal
nu ook
dit
middel
zijn.
heer Hugenholtz heeft naar aanleiding van de winkelsluiting ge-
op de rechtsquaestie niet te zullen ingaan. Hij heeft het echter en dat wel op eene wijze, waarvan ik geen begrip heb. gevraagd: is men nu langzamerhand niet gaan inzien, dat Hij heeft men de rechten van den ondernemer van het bedrijf ten bate en ter bescherming van den werkman eenigszins moet inperken? Wat heeft zoo'n opmerking toch te beduiden ? Raakt zij de quaestie, die het hier de quaestie was, of een gemeenteraad op dit punt voorgeldt? Neen schriften mag geven, of het aangaat, dezen in het algemeen de bevoegdheid te geven, dergelijke quaesties te beslissen, dan wel of het hier geldt eene regeling als gevolg van in het burgerlijk leven vaststaande zegd,
toch gedaan,
;
rechtsbegrippen. Ik dank
hem
zeer voor het gegeven antwoord,
maar heb er werkelijk
niets aan.
Handelingen,
blz.
647—648.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's