Parlementaire redevoeringen - pagina 103
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
VERPLAATSING DER AFDEELING ARBEID. maar waar
aankomt op het definieeren van den
het
101
zin
en op de be-
teekenis van het woord, daar sla ik diens gezag zeer laag aan. Ik heb
ook van den geachten spreker een beter denkbeeld dan in een proces tot het geven van eene definitie van een
dat
hij,
komende
juridisch begrip,
voorkeur zou opslaan Van Dale, om daaruit de wetenschap te hoe eene uitdrukking moet verstaan worden. Evenals ik mag aannemen, dat dit zijn wijze van werken niet is, mag ik zeggen, dat bij
putten,
is. Bovendien, waar het er op aankomt, den zin van eene HoUandsche uitdrukking te kennen, meen ik zelf genoeg met de HoUandsche taal bezig geweest te zijn, om mij gerechtigd te achten, van eene HoUandsche uitdrukking eene verklaring te geven, naardat ik meen, dat zij naar het HoUandsche taaieigen moet
ook de mijne
dit
de
en
niet
beteekenis
De
worden.
begrepen
geachte spreker zeide,
dat,
waar
ik het
woord
„bewilligen" wil verklaren met de uitdrukking „ter wille zijn", ik eene misvatting bega
toonen,
te
uitdrukking
maar
;
heb het woord „bewilligen" gebezigd
ik
dezelfde sfeer van gedachten
dat
het
in
is,
die
ook
in
Grondwet wordt
de
ligt,
om
aan
dat het eene
gebezigd,
terwijl het
is van het begrip „wil". op teruggekomen, dat metterdaad de beslissing in beroep door den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid in gevallen, als waarop hij wees, een gedeelte der zorg voor de uitvoering der Veiligheidswet zou overbrengen op het hoofd van het Departement, den man, van wien de uitvoering dier wet juist wordt weggenomen. Ik geef volkomen toe, dat hetgeen waarop ik wees, nl. dat in de Hinderwet
evenals „ter wille zijn" afgeleid
De
heer Lely
is
er
aan den Minister van Oorlog eenige verplichtingen opgelegd en eenige
bevoegdheden toegekend worden, hiermede niet gelijkstaat. Dit is ook mijn bewering niet geweest. Laat mij voor een oogenblik aannemen, dat zijn bezwaar het allerzwaarst weegt dan doe ik hem deze wedervraag, of hij dan acht, dat de moeilijkheden en het bezwaar, welke zich in dat ééne geval zouden kunnen voordoen, zoo zwaar zouden moeten wegen, ;
van denkbeelden voor zich opmakende, enkel ter wille van dat bezwaar van zijn plannen zou moeten afzien ? Dan zal hij zelf moeten toestemmen, dat eene rationeele wijze van handelen zou zijn, te beginnen met het plan uit te voeren, en
dat een Kabinetsformateur, een geheel plan zelf
als
dan
later
bleek,
dat
de
moeilijkheden
onoverkomelijk waren,
komen met wijziging van de wet op dit punt. Dat van Antwoord gezegd. Ten slotte blijkt er een principieel verschil te geachten
spreker
en
mij,
wat
betreft
de
is
vraag,
ook
in
te
de Memorie
bestaan tusschen den of een belang beter
behartigd wordt in combinatie met een contrair belang, dan wel op zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's