Parlementaire redevoeringen - pagina 94
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
92 dan vraag
afleggen, zijn
om
ik,
begrijpen,
te
afgevaardigde
meenen, dat wij nier doorziende genoeg waarop het zal uitloopen. Door den vorigen of
zij
Tietjerksteradeel
uit
— 1902.
is
eenige maanden geleden geschreven:
Laten wij eerst dien weg maar uitgaan, dat de arbeiders hun stoffelijke belangen gaan inzien; wanneer zij dat eenmaal hebben gedaan, dan
worden
van
wel
zij
Welnu, waar de
zelf sociaal-democraten
democraten onze arbeiders op
dit
sociaal-
hellend vlak willen hebben, een vlak
met elk jaar levens meer naar de diepte doet afonze arbeiders niet mogen waarschuwen en zeggen: Weet wel wat gij doet; de sociaal-democraten zeggen wel,, dat het niet tegen het geloof ingaat, maar geeft gij hun de pink, zoo nemen zij alle vingers en ten slotte beide handen, en gij zult met vrouw en kinderen in diezelfde diepte verzinken, waarin het gemis aan geloot en hoogere vrede hen stort, die meer en meer naar het atheïsme afdrijven? Een enkel woord ten slotte aan den geachten afgevaardigde uit Goes, den heer De Savornin Lohman. Die geachte afgevaardigde heeft er op gewezen, dat door hem niet bedoeld was te zeggen, dat, in een land zoo
dat het
hellend,
glijden,
gelijk
zouden
wij
onze, de twee partijen, die tegenover elkander stonden, niet
het
zouden behooren
maar zooals
dat
daar
hij
die
te
hebben een Christelijk en een
anti-Christelijk type^
doelde op een vroegeren toestand in ons land, een toestand
nu
revolutie nooit
bestaat is
in
Engeland en
doorgedrongen.
in
Amerika, waar de Fransche
Hij heeft verklaard, dat de bedoelde
ophouden zou van het oogenblik af, dat de Christelijke grondslag in ons volksleven werd erkend en gehuldigd. Dat is nooit door mij wedersproken, maar ik
strijd
durf
tusschen
voor
en
Christelijk
onafzienbaren
tijd
niet-Christelijk
niet
voorspellen,
dat
de
twee
partijen,
waarop gedoeld wordt, bij ons niet zullen bestaan. Hiermede meen ik mijn repliek te kunnen eindigen. Het kan niet de Als bedoeling zijn, bij eene repliek op elk détail weder in te gaan. zekere uitkomst van de tot dusver gehouden besprekingen meen ik te kunnen constateeren, l^dat het Kabinet metterdaad uitzicht heeft, te mogen rekenen op den steun rechts, niet als van partijen, die als een groep marionetten den dienst van claque doen, maar dat het goede hope heeft, te mogen ondervinden van onderscheidene partijen, bestaande mannen van karakter en overtuiging, die, alleen door hun eigen overtuiging gedrongen, inzien de noodzakelijkheid tot samenwerking met
den steun uit
het Kabinet; en 2". dat wij
bij
op ééne uitzondering
zullen
houding,
die,
niet
na,
de
partijen, die
aan de linkerzijde
mogen rekenen op
van oppositie ontslaande, deze
binnen de vormen en de gebruiken, welke
tot
zitten,
die parlementaire altijd
blijven
doet
vruchtbare beraadslaging
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's