Parlementaire redevoeringen - pagina 195
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ARBEIDSTOESTANDEN.
193
woorden verkeerd heb opgevat, als ware door hem gezegd, dat deze Troonrede aan alle optimisme gespeend was. Ik heb de stenographische aanteekeningen niet voor mij, maar ik meen het woord alle niet gebruikt Doch al ware dit zoo, dan zij toch eens uitdrukkelijk te hebben. evengoed als de heeren sociaal-democratische afgedat gezegd,
—
Kamer en
deze
daarbuiten er steeds, in het belang van hun pessimistische denkbeelden te uiten, en daardoor, naar mijn overtuiging, neerdrukkend op het volk werken ik evengoed mijnerzijds behoehe gevoel om, door het aanslaan in officieele stukken van een eenigszins bemoedigenden toon, te releveeren het Het pessimisme als philosophie heeft in de levensbesef in het volk. hoogere kringen langzamerhand reeds een zóó overwegend kwaad gewanneer het zich ook van de lagere volksklasse meester sticht, dat,
vaardigden
in
hun zaak,
prijs
op
stellen,
—
maakte, het daar groote verwoestingen volk zou
Daarom
brengen.
ik,
stel
in
den geestelijken
wat mij
staat
van het om,
betreft, er prijs op,
hoewel geen optimistische toon kan worden aangeslagen, toch een woord
doen hooren, dat, om zoo te zeggen, den moed er in houdt. En wanneer de heer Schaper vraagt, wat er op het gebied van den arbeid bemoedigends is, dan zij geantwoord, tegenover de beschouwingen van de heeren links, alsof alles op het gebied van den arbeid bitterheid zou te
—
en ellende, alsof er op
zijn
Nederland
te
spreken
—
—
over den toestand
veel
zijn dan wat op dat gebied, althans andere landen heb ik thans niet
gebied
niets
aandoet en pijn doet
teleurstelt, smartelijk
in
dit
in
—
,
anders zou
dat er
wat bemoedigt.
is
De geachte afgevaardigde heeft gesproken over de werkstaking te Enschedé en heeft een beroep gedaan op hetgeen daar is geschied. Welnu, Mijnheer de Voorzitter, ik zal hem op dat terrein volgen en ook mijnerzijds
daarop een beroep doen, en dan zeg ik
werkstaking
als te
klasse zich zoo rustig houdt, en
voordoen sching,
ons ik
daar
als
een
wanneer
bij
eene
te
wanneer
daarbij zoo weinig excessen zich
betreuren waren, dan teekent
dit
eene zelfbeheer-
besef van tucht en orde, die in de arbeidersbevolking van
vaderland
niet
genoeg op
prijs
kunnen worden
gesteld.
Wanneer
hoe zich de vakorganisatie zonder eenige hulp van Staatswege
zie,
meer en meer
uitbreidt en
wachten
kan,
dan
daardoor
in
ons volk openbaart en dat
En wanneer
Staat
iets
er
meer en meer beantwoordt aan wat men ver-
verheugt mij het organiseerend vermogen, dat zich
worden. reeds
:
Enschedé, die zoolang heeft aangehouden, de arbeidende
grooten
anders
ik
voor
omvang
zie,
heeft
heeft
niet
hoe het
genoeg op
vakonderwijs,
prijs
kan gesteld dat de
zonder
gedaan dan het geven van subsidie,
verkregen,
zoodat
vele
vakscholen ten 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's