Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 82
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
74
atque
is
p.
CASSIODORUS.
Omnia
eloquio fidelium lingua comeretur" (Op.
purlssimo
ed Garretii,
Hfst. III. § 45.
2.
Een
537).
plan, dat, toen mislukt, later ten deele
verwezenlijkt door de stichting van het Monasferium Vivariense,
geleerde monniken hij dan ook zijn bovengemeld, meer encyclopaedisch geschrift De institutionc divinarum
voor welks
min
of
litterarum vervaardigd heeft. Opmerkelijk
saecularium
het motief, waarvan
is
Het was toch de ongemeene
hierbij uitgaat.
hij
littei-ariun,
hem deed
het
die
bloei der studia
betreuren, dat er niet
even geleerde magistri publici in scripturis sacris tegen de heidensche geleerden overstonden.
— Als wetenschappelijk ontwikkeld rechts-
geleerde heeft Cassiodorus op de studie, waartoe
opwekt, een helderen
van de H.
teksten uithalen.
Ook de
de fouten der
orthographie moet hersteld.
en daarom
zijn;
en leesteekens
te
De
Op
uitlegging.
den
den
met indeelingen als Latijnsche,
vervreemden van de historische
niet te
boeken van den Bijbel
zin te verstaan,
in
deze lezing moet volgen het
Heel een reeks exegeten geeft
onderscheidene
er
aldus gezuiverde
gebruik van de expositores of exegeten, zoo Grieksche
om
librarii
monniken
het goed, codices
is
gebruiken.
vooral van de ouden,
monniken
Eerst moet gezorgd, dat ze de zuivere
blik.
Schrift erlangen en
codices moeten dan zoolang bestudeerd, tot de
inhoud thuis
hij zijn
moeten ook de
hij
dan ook voor de
Teneinde nog beter
op.
introductores ter
hand genomen,
die de
goede hermeneutiek bevorderen. Aldus voorbereid moeten
tot
de dogmatische geschriften overgaan (de Catholici Magi-
zij
Uit de gezamenlijke Patres moeten dan voorts excerpten gemaakt over allerlei speciale quaestiën. En eindelijk moeten zijn monniken veel den omgang van kundige grijsaards zoeken, in
stri).
wier
Een
gesprekken een levende studie, die
traditie
van mond
tot
mond
gaat.
bovendien steeds gebonden moet blijven aan de
besluiten der groote Conciliën, opdat de eenheid van belijdenis in
de Kerk kelijke
niet te loor ga.
historie
aan.
Voorts beveelt
Studie
den arbeid van Hieronymus
hij
de lezing der Ker-
van het Hebreeuwsch acht (lib.
I.
§
21),
minder noodig
hij, ;
na
maar
wel de studie der Cosmographici en der Antiquarii. Toch kunnen ze
ook hiermee
litteris,
quam
in
niet
volstaan.
Immers, „quoniam tam
in sacris
expositoribus (de exegeten) multa per schemata,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's