Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 70

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 70

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1901

68 twee

fractiën

worden. Dan hebben wij de de sociaal-democraten, deze laatsten twee fractiën. Misschien zijn er meer, ik weet

zeker

zal

in

ontkend

niet

en ten

vrijzinnig-democraten,

wederom verdeeld

— 1902.

slotte

maar voorloopig hebben we in ieder geval die van den heer Van der Zwaag en die van de overige heeren. In den laatsten tijd veel gesproken, of De Zaaier het orgaan zal worden van eene is er het

niet

derde

,

fractie

heer

de

Bernstein

is

een

lastig

heer

en het zou

kunnen wezen, dat de heeren, die zoo van de evolutie leven, ook weer eene evolutie doormaakten, die ten slotte op dissolutie uitliep.

zelf

(De heer Hugenholtz: IJdele hoop!) IJdele verwachting voor u! in de eerste plaats een woord zeggen over de houding, aangenomen door de vrijzinnig-democraten, als wier erkend leider opgetreden is de geachte afgevaarde uit Groningen. Zijn houding was volkomen

Laat mij echter

correct.

Hij erkende de noodzakelijkheid voor het Kabinet, als coalitie-

Kabinet op te treden, en verklaarde met de zijnen te zullen aannemen de houding eener loyale oppositiepartij. Intusschen begon die oppositie hier-

mede, dat

hij

hoogeren

zin,

waarmede de

zijn

ongeloof op den voorgrond stelde, niet ongeloof

maar

zijn

ongeloof

in

anti-revolutionaire leden

mij,

van

zijn dit

in

den

ongeloof aan de trouw,

Kabinet voor hun begin-

opkomen. Dat er b. v. iets van een pensioenregeling zou komen, daarvan geloofde hij niets. Wat was de grond van zijn ongeloof? Dit, dat ik niet zoo enthousiast in de Memorie van Antwoord had gesproken. Nu, ik wil het wel erkennen, de gloed van den Oosterling gloeit in mijn oog niet; als zoon van de lauwe westerstranden ben ik selen zouden

gewoon,

mij

kalmer

uit

te

drukken.

Waar

de geachte afgevaardigde

mijn toon vergeleek met dien van den heer Pierson, daar

is

het bekend,

van dezen bewindsman, dat aan alles wat hij sprak dat ewig jugendliche gaf, en dat hem van nature eigen is, mij ontbreekt. Ik zie echter niet in, hoe een zwakker toon, het ontbreken van een zekeren meerderen gloed, als bewijs kan worden aan-

hoe

het onverbeterlijk optimisme

gevoerd

voor

geen

positief zegt te zullen doen.

hij

de verwachting, dat een Minister niet

Ook

zal

nakomen

het-

over het kiesrecht heeft de

geachte afgevaardigde gesproken, maar ik zal dat laten rusten, totdat dit

punt met den heer Ik

kom

voorts

Unie-liberalen,

Mees

tot

nadere helderheid

zal

hij

hebben gebracht.

wat ik zou willen noemen de gewone liberalen, de in hun twee fractiën in deze Kamer vertegenwoor-

tot

die,

digd, in de eerste plaats optraden

onder de leiding van den heer Mees,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 70

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's