Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 230

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 230

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

22 2

de

aldus

„Illud inter

grenslijn:

quantum

Ethicam

et

Theologiam immane

discrimen, quod bonum, cujus possessionem Ethica

est

prosequitur,

summum

hemisphaerio

;

quidem

nostra vero

dam

proponit,

Een

tegenstelling,

en geheel in

dogma

belangwekkend

sed in naturae, ut

ita

quam Theologia sibi

dicam,

explican(p.

102).

die dus de Ethiek in wijsgeerigen zin buiten

sluit,

dat het

sit;

felicitas,

naturae supra seipsam quasi elevatie-"

sit

de Theologie regel,

GAUSSEN.

Hfst. III. § 79.

2.

met den

straks gestelden

wat nog zonderlinger komt

Iets,

is.

strijd is

eigenlijk alleen in zijn zedelijke strekking te staan, als

straks de Theologie tot een EtJiica supernaluralis maakt, die

hij

tegenover de EtJiica naturalis wordt gesteld

(p.

tusschen het natuurlijk en geestelijk leven snijdt alle

Gereformeerde

zijn

„nova omnia,

zoover

helt

animo,

effingit

plane

quasi

structura

page"

(p.

aliquid

omnino

109).

Een

Van ook

rerum"

lijn

(p.

over, dat

108), ja, hij

den

cum Theologiam

in alium

orbem momento

raperet, cujus

cum hujusce mundi comhem dan ook toe brengt, om,

simile haberet

stelling, die er zin,

datgene

slechts

letterlijk,

als in

waarheid

te

de H. Schrift

110).

in het

begrip „Theologie" wil Gaussen dan

Hij verwerpt de distinctie in archetypische en

en evenzoo die in natureele en supranatureele Theo-

ectypische, ;

(p.

een distinctie

niets weten.

logie

anabaptistische

wat met zoovele woorden,

erkennen,

met

effingat toto genere diversum a Natura;

eum Deus

nihil

staat uitgedrukt

facies

„in id assuefaciat oportet, ut

Wesleyaanschen

bijna

in

novus ordo, nova de

Den band

in strijd

dan ook geheel door. In de Theologie

traditie,

naar

hij

maant:

theoloog

106). hij,

ja zelfs

aan de polemische en casuïstische Theologie ontzegt

En

alsnu tot de Dogmatiek,

hij

elk zelfstandig bestaan

of,

gelijk hij het noemt, positieve Theologie

hij

beslist

(p.

114).

komende, verwerpt

de dusver gevolgde methode der Loei, en slaat deze

voor: Voorop ga de bewijsvoering, dat de H. Schrift Gods Woord is. Dan worde Adam behandeld met al wat op den mensch als zondaar betrekking heeft. Daarna kome het Noachitisch indeeling

verbond

ter

sprake.

Voorts Abraham en de

hem geschonken

Zoo ga men op de Profeten over, om te eindigen met Johannes den Dooper. En dan kome de Christus, en besluite openbaring.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 230

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's