Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 167

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 167

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

op

geheel

op

Ze

11.

p.

zijn

Hfst.

2.

is

hem de

AXDKKAS HYPERIUS.

67.

§

korte,

en geheel

stelsel

schieten

laat

III.

wel doordachte

Dogmatiek,

zijn

formeerde wijze de grondeenheid van het rijk

waaruit

stelling, als

Gere-

stipt

der Natuur en hrt

rijk

Genade handhaafde. Van den toestand na den

der

handelende, zegt

val

„res ipsa docet, multos gentiles

dan ook:

hij

hij

op één wortel,

en ze toont ons, hoe Hyperius op

;

[59

praeclaram assccutos cognitionem insignium disciplinarum, leges item honestas condidisse; praeterea quorundam virtutes multorum

op:

hierbij zijn

en

afgedwaald, -

.

.

2

dat

.

deze

illae

p. i.

merkt

en

verstandelijke

zedelijke

„Si qui excellenti

artes vel virtutes fuerunt, speciali

Dei auxilio oportet eas acceptas et

hij

vel laude dignas actiones civiles edi-

conspicui,

qualescumque

.

maar

462);

p.

van Gods genade was.

een giftc

fuere

disciplina

Thcol.

dat ze nochtans in hoofdzaak van de waarheid

i.

ontwikkeling

derunt

{Meth.

testimoniis"

celebratas

ferri.

Sunt cnivi revera

in gentilibus pee n Har ia

honestae actiones etiani

disciplinair

Dei do na"

(ib.

Doel nu van deze genadegiften aan de Heidenen was

463).

admonerentur

perpetuo

„ut

Deum"; en

2 .

minus

„ut quanto

agnoscerentque aliquem

talibus beneficiis

esse

ad colendum verum

Deum movebantur, tanto iustius postea damnarentur" (p. 463). Wat nu zijn behandeling van de vier door hem gestelde deelen .

.

.

aangaat, zoo eischt

voor een goede propaedeuse allereerst de

hij

Grammatica, de Dialectica (quae prorsus Aristotelica en

de

Rhetorica;

Musica

en

Physica

te

en

volgen,

Daarop dient zulk een de theoloog zich

dat

de „subtiles disputationes de vacuo

.

.

over het planten,

zich

vuur,

steenen,

mogens van de zin uit

principiis,

niet

op

hoogte

de

water,

de

lucht

stelle

enz.

studie van de

verdiepe in

de motu, de

quae ostentationis plus habent quam

.

maar wel

43)

deele ook de Arithmetica, Geomctria,

ten

Astronomia.

sit p.

infinito,

utilitatis" (p.

van het

zakelijke,

verhandeld

wordt,

al

de 48),

wat over

dieren en zoo ook over de natuur en de ver-

De hem

ziel.

van Aristoteles,

Ethica kan, opgevat als Ethica in den nooit de

ware Ethiek leeren;

die

moet

om hem formeel te maken. Ook met

de H. Schrift geput maar moet wel dienst doen,

de ware

;

ratio disquirendi actionum causas eigen

dat deel der philosophie, dat

men Oeconomica noemde,

behoeft de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 167

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's