Parlementaire redevoeringen - pagina 673
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Ongevallenwet
1901.
671
wat aan te merken is en dat er een enkele onder door kan loopen, die verkeerde dingen doet. De heer Schaper neemt echter het standpunt in, dat èn de patroon èn de Bank, èn de arts, èn de Minister kwaad kunnen doen, maar dat er één soort menschen namelijk de arbeiders.
moet
Wie
dit
is,
die
geen kwaad kunnen doen,
standpunt inneemt, wordt eenzijdig.
Men
goeden wil onderstellen bij alle categorieën, die aanmerking komen, en niet alleen bij de werklieden.
altoos eenigszins
hier
in
is, op de patroons scherp toe te hen hetgeen ze krachtens de Ongevallenwet te kwijten hebben, het verlangen kan wekken, dit zoo mogelijk te verminderen. Maar evenzoo kan bij arbeiders, die bij de Ongevallenwet iets te
geef
Ik
omdat
zien,
dat
toe,
er alle aanleiding
bij
winnen hebben, de neiging opkomen, iets meer te verkrijgen dan de wet bedoelt. Ik meen dan ook, dat men het standpunt moet innemen, dat op alle categorieën scherp toegezien moet worden, zoowel op de arbeiders als op de artsen. Voor deze laatsten zijn dan ook reeds allerlei bepalingen en voorschriften gemaakt, welke te vinden zijn in de Memorie van Antwoord. Ik zal, nu de geachte spreker gewezen heeft op een soort misbruik van de zijde der artsen, waarvan ik thans bewelken vorm het zich zou voordoen, daarop het bestuur der Bank wijzen en trachten te weten te komen, wat daarvan aan is. De heer Van Nispen wenscht, zoo mogelijk, reeds nu nadere inlichtingen te bekomen over de moeilijkheden, welke ontstaan, indien men in 2 verschillende landen te doen heeft met twee verschillende ongevallenverzekeringen, wanneer deze over en weer toepasselijk zijn op hen, die werken in het land, waar die wet geldt, terwijl de onderneming onder
grijp,
een
in
ander
land
thuis behoort.
deze reeds afgeloopen
ten
ment
van
Of
Zaken. zou ik
De zou
zijn.
Het
dat zulke onderhandelingen niet
zijn,
niet
Binnenlandsche
in
Zaken,
zal
den geachten spreker bekend
worden gevoerd door het Departemaar door dat van Buitenlandsche
onderhandelingen reeds
die
tot
eene
finale geleid
hebben,
durven zeggen. de Memorie van Antwoord, dat het wellicht beter de Ongevallenwet zelve het bezwaar te ondervangen, heeft
uitdrukking
zijn,
Hij vroeg, of de onderhandelingen
in
geen decisief karakter, maar strekt alleen om uit wanneer de onderhandelingen niet slagen, wij niet De geachte spreker verlieze moeten gaan. zullen men een tractaat sluit, dit altijd wanneer dat, het oog,
dan ook volstrekt te
spreken,
dien
echter
weg niet
dat,
op uit
op de basis van de tegenwoordige Ongevallenwet staat. Wanneer wij dan later tot wijziging dezer wet moeten overgaan, wordt de zaak altoos moeilijker, omdat men dan door dit tractaat gebonden is vaak
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's