Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 25

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 25

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

zijn

Hfst.

I.

II.

EERSTE OPKOMEN DEZER IDEE.

8.

§

17

eigen denken, èn tegelijk op de organische eenheid van den

Kosmos

past.

Toch volbrengt de menschelijke geest de onderwerping aan zijn hoogheid ook van dit veld der kennis niet op eens. Zulk een proces schrijdt veeleer uiterst langzaam voort. Van Plato tot Fichte's Wissenschaftslehrc en Hegel's Encyklopadie ligt reeds een afstand van 23 eeuwen, en

nog

altoos staat de eigenlijke Encyclopaedie eerst

aan het begin van haar klaarder ontwikkeling.

Mag men Diogenes

Laërtius (IV. 2,5) gelooven, dan zou Plato in een verloren geschrift tui'

JtdcXoyot

xijv

TTi-oi

reeds een poging tot een

TtgaypccTiittv uuouoi'

eenigszins systematische bijeenvoeging van onderscheidene deelen

onzer kennis gewaagd hebben.

Van

beweerd, dat

en van Aristoteles, dat

beide

in zijn "Oooi

hij

schriften

bewaard

niet

studiën niet te oordeelen.

kringen

de

het

hij

in zijn

heeft;

maar overmits ons deze

zijn, valt

over de strekking dezer

gedaan

hetzelfde

hniGTijiuov

TItQt

Speusippus, Plato's neef, wordt

Slechts zooveel staat vast, dat in deze

nadenken over de

het algemeen, en over

TtuiÖciu in

zoodanig, reeds begonnen was, maar aanstonds

IjTiöTyuai als

een meer practischen

weg

insloeg;

bij

Aristoteles door de grens

en de taak der onderscheidene wetenschappen te bepalen, en

Varro

en

deelen

der

zelf

Plinius

kennis

door bij

feitelijk

bij

den inhoud van onderscheidene

elkander te voegen.

van de plant dringt men nog

niet door

;

Tot het organisme

men

plukt bloemen

en bindt die tot een bouquet bijeen; maar zóó, dat de samenhang vooreerst

nog

bijna

alleen in

een koord

om

den bundel

stelen

nog nauwelijks van een harmonische rangschikking der bloemsoorten sprake is. Ook Varro's Rerum humanarum et divinarum antiquitates, evenals zijn Disciplinarum wordt gevonden,

en

gingen

te

libri stelt

IX,

ons nog in

gen een oordeel Eerst

Beauvais

bij (f

te

en alleen

loor,

Plinius' Historia naturalis

ons over het gebrekkige van deze pogin-

vormen.

Hugo van S

l .

1264?) gaat het

schikking open. zijn

staat,

er

Victor

(f

1

1

4

1

)

en

Vincentius van

oog voor deze harmonie

in

de rang-

Want wat

Martianus Capella (omstreeks 470) in Satyricon, Cassiodorus (gest. ± 570) in zijn Institutio divinarum

htterarum, Isidorus van Sevilla

(t

636) in zijn Origines, en Ilra2

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 25

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's