Parlementaire redevoeringen - pagina 13
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
!
TOESTANDEN
IN INDIÊ.
11
handelen, maar dat zij zich allereerst rekenschap wenscht te geven van de oorzaken van de mindere welvaart in Indië en daarna van de middelen, die zouden kunnen dienen om die oorzaken weg te nemen. aldus
De
geachte afgevaardigde heeft verder gezegd, dat het niet de moeite
waard was,
dat
men ook over
de regeling van de rechtspositie der
landsche Christenen had gesproken.
in"
Het gold maar 20,000 inlanders
van den geachten spreker tegengevallen; ik dacht niet, dat bij de maat oordeelde, en 20,000 menschen niet Ik althans geloof, de moeite waard rekende, om voor hen te zorgen. dat die Christenen onder de inlanders evengoed als de anderen recht hebben, om te vragen, dat naar hun positie een onderzoek worde ingesteld en dat getracht worde, hetgeen hen bezwaart in hun toestand, op Dit
is
mij
over deze dingen
hij
heffen.
te
De
geachte
afgevaardigde
is
verder teruggekomen op den toestand,
op dit oogenblik nog in Atjeh bestaat, en hetgeen daaromtrent in Wat de Troonrede voorkomt, heeft hij min of meer geridiculiseerd. dien toestand betreft, moet ik zeggen, dat ook het door den geachten afgevaardigde daaromtrent gesprokene mij [is tegengevallen. Ik had gehoopt, dat, met het oog op de wijze, waarop het koloniaal debat ten vorigen jare hier is blijven steken, het door hem zou zijn opgevat bij het punt, waarbij het toen gestaakt is. Er is toen door hem in gelijken zin gesproken als die
maar door den toenmaligen afgevaardigde uit Sliedrecht is hij er gewezen, dat de geheele quaestie tegenover Atjeh beheerscht werd op door twee ernstige problemen. In de eerste plaats door het probleem,
thans;
welk onderscheid men had
te
maken
tusschen
een acuut intredenden
toestand en een toestand, die door een lang historisch proces eene andere
phase was ingegaan. In de tweede plaats door de geheel andere vraag, op welke wijze de blanke rassen zich hadden te gedragen tegenover andere
de
rassen.
Ik
had
gehoopt, dat
de
geachte
afgevaardigde,
hebben geweder op hetzelfde thema terugkomende, geven van zijn nader onderzoek, dat hij toen verklaarde te willen instellen. Zoolang dit niet is geschied, verklaar ik mijnerzijds, niet mede met het identificeeren van het eindpunt, waartoe men komt te gaan wanneer een zeker proces is afgeloopen, en het uitgangspunt van dit proces bij den aanvang der zaak. de resultaten zou
In de tweede plaats weiger ik beslist, elke vergelijking te aanvaarden,
door den geachten afgevaardigde gemaakt tusschen de Boeren
in
Zuid-
Niet, dat ik ook de laatsten niet als menschen maar reeds de houding van de Boeren tegenover de
Afrika en de Atjehers.
zou
erkennen,
hen omringerfde rassen moest den geachten afgevaardigde de overtuiging
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's