Parlementaire redevoeringen - pagina 624
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
Q22
nochtans met het oog op het conserveeren op het herbarium noodzakezou zijn, een conservator aan te stellen, die uitsluitend als zoolijk danig optreedt, dan wil ik dat tegen de volgende begrooting gaarne in overweging nemen. Ik kan bij den stand van zaken op dit oogenblik niets
vator
anders zeggen, dan dat ik in onzekerheid verkeer, of een conserof een lector dient te worden benoemd, omdat er in Leiden op
punt verdeeldheid van gevoelen bestaat en het voor mij moeilijk
dit
zonder nadere bespreking
in
deze
is,
beslissen.
te
door den geachten afgevaardigde uit Leiden ter sprake gebracht de vacature, ontstaan door het emeritaat van den alom gevierden medicus Rosenstein. Ik begin met te zeggen, dat, indien de
In
toen
ik,
tweede
is
de vacature ontstond,
om
advies,
plaats
eenvoudig
Leiden had gekregen een eenparig
uit
de vacature-Rosenstein een opvolger
in
die had optetreden op dezelfde wijze als
was geweest, geen haar op mijn hoofd advies
niet
aanstonds
sympathie
mijn
siteit
men wel eens
hier
omdat eene andere Univerde Universiteit van Leiden
dat ik,
heeft,
aan
haar
heeft,
benoemen,
er aan gedacht zou hebben, dat
Ik weet wel, dat
volgen.
te
en daar het vermoeden geuit
te
aan de Leidsche Academie
hij
Hetgeen ik tot dusver als Minister in zaken van hooger onderwijs gedaan heb, legt daartegen echter zulk een afdoend protest af, dat ik het beneden mij zou achten, mij op dit punt zou
onttrokken
hebben.
met een enkel woord
De
met hetgeen
tegenspraak gedeeld
—
,
het brengen
aan
en
heb
heeft gezegd,
een hoogleeraar
en
voorstelde.
in dat
stadium was
Weliswaar
—
dat
ééne hand,
in
is
zij
zij
niet
later
dat ik
door curatoren zóó
als
gebleken
om
daarnaast
Hij heeft gelijk
van de zaak bij
mij
niet
werd aange-
de heer Van der Vlugt
—
van 1902 eene correspondentie gevoerd tusschen de waaruit
eenigszins in
dit schijnt
de geneesmiddelleer.
in
komt daar vandaan,
Dit
gelijk.
en
van meet van af aan bedoeld heeft
van de geneeskundige kliniek
eerder gesaisisseerd ben, dat toen bracht,
—
de Memorie van Antwoord wordt mede-
in
dat de Leidsche faculteit
te stellen
ik
verdedigen.
te
Van der Vlugt
heer
is
reeds
faculteit
in het
begin
en curatoren,
af aan op den voorgrond stond, maar de geachte afgevaardigde houde het mij ten goede, dat ik, omdat dit niet bij mij was aangebracht, had te raadblijkt,
dat
bij
de
faculteit dat
denkbeeld van den beginne
plegen het voorstel van curatoren en hetgeen
van de
En
zij
aangaven
als het
gevoelen
hetgeen in de Memorie van Antwoord staat. Daaruit toch bleek, dat, wanneer men het alles samenneemt, metterdaad
de
faculteit.
faculteit
klinisch
begonnen
onderwijs
dat
is
en
is
op 28 April voor dat
in
de
te
stellen,
geneesmiddelleer
af te scheiden het
en
de
medische
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's