Parlementaire redevoeringen - pagina 589
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Krankzinnigenwezen.
587
gezag van dien burgemeester zou hebben afgebroken, zou alleen dan
kunnen
juist
indien ik met
zijn,
Doch
aangeduid.
door mij
dit is
name een bepaalden burgemeester had niet geschied.
Intusschen wil ik gaarne zeggen, dat ik liever gezien had, dat ik niet
de
in
De
noodzakelijkheid geweest was,
zaak
krijg
van
alle
meesters
met hen
aanhangig en
blijft
blijft
deze quaestie hier
te
bespreken.
steeds met zorg vervullen.
mij
Ik
kanten voortdurend opmerkingen, dat hier en daar burge-
langzamerhand zoo op jaren komen, dat het bijna niet meer En wanneer ze dan aan de beurt van aftreden zijn, dan is
gaat.
herbenoeming voor de conclusie komt, dat het
het de plicht der Regeering, zich af te vragen, of eene
6 jaren wenschelijk
is,
dan
en,
wanneer men
men voor
tot
deze harde noodzakelijkheid, dat
men
niet het geval
is,
menschen,
niet-herbenoeming, broodeloos maakt; want velen onder hen
bij
staat
Waar geen pensioen men dan voor het dilemma,
zonder eigen middelen en weten geen uitweg.
zijn
aan de burgemeesters gegeven wordt,
om
staat
of zulk een burgemeester zijn betrekking te ontnemen,
—
hem weer
-
— en dan
staat
maar dan verkeert men
in benoemen, zorg of, als er iets in zulk eene gemeente mocht voorvallen, het gezag wel in goede handen is. Het komt herhaaldelijk voor, dat men te doen heeft met een toestand, die eigenlijk niet wettig is, nl. dat de burgemeester hij
aan den dijk
,
óf
te
-
waar te nemen en dit aan een buiten staat is zijn ambt zoon of eene dochter of een ander moet overlaten. Ook op dergelijke toestanden moet men letten, en nu is de circulaire, die ik heb uitgevaardigd^ er een, die uitsluitend slaat op de herbenoeming van een aftredend burgemeester, opdat van lieverlede burgemeesters er aan gewend worden, dat niet van hun persoonlijke omstandigheden in sommige momenten geheel
de beslissing van
Mijnheer
de
ja
of neen
Voorzitter.
kan afhangen. Handelingen,
De
beide
geachte
blz.
818—820.
afgevaardigden, die het
sprake hebben gebracht, hebben bij mij verlevendigd, dat wij metterdaad hier eene zaak
vervoer van krankzinnigen
ter
weer de overtuiging voor ons hebben, waarop voortdurend de aandacht zal moeten blijven gevestigd, en die telkens weer de Regeering aan de verplichting zal herinneren, te zien wat er gedaan kan worden om het bestaande kwaad te
keeren.
Nu moet toch
twee
ik intusschen
zaken
niet
wanneer men overgaat
den heer Helsdingen doen opmerken, dat hij De eerste is, dat, het oog moet verliezen. tot het vervoer van een krankzinnige, dit in
uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's