Parlementaire redevoeringen - pagina 39
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
,
DE ZUID-AFRIKAANSCHE OORLOG.
37
hem op 24 September jl. „Hetgeen ongedaan worden gemaakt", welk gezegde nader door hem verklaard werd, te doelen op de quaestie der VredesWeerspreekt nu iemand, dat de Vredesconferentie tot het conferentie. verleden behoort, en dat het tegenwoordig Kabinet haar niet meer kan (bladz.
10).
gedaan
:
niet
En aan
bleef,
beeld te als
door
is
die eerste verklaring werd toegevoegd: „hetgeen ongekan door ons niet meer worden gedaan". Om slechts één voornoemen: eene declaratie van neutraliteit kan men wel uitvaardigen
afwijzen?
daan
Gezegd
kan door ons
is,
een oorlog ontbreekt, niet
Zoo
als hij,
gelijk hier,
—
wat
God geve
—
voorgekomen, die nu tot het verleden behooren, en thans geen psychologisch moment, gelijk de heer De Savornin Lohman het noemde, meer opleveren. Men denke slechts aan de vredesaanvrage van Kruger en Steyn na den slag bij Paardenberg, aan de overkomst van het driemanschap, aan de komst van Kruger en aan zijn
de
einde nadert.
onderhandelingen
hier echter
uit,
zijn er feiten
tusschen
zou verklaard hebben, zich
niet in staat te
behoeve van de Republieken gesteld, of
Kitchener en Botha.
Geenszins volgt
dat dit Kabinet, gelijk het Voorloopig Verslag beweert,
de zinsnede
in
doen.
te
De
rekenen, ooit meer
iets
ten
heer Verhey had de vraag
de Troonrede over de verhouding tusschen de
buitenlandsche Mogendheden zóó ware op te vatten, dat nu reeds „eenige hoop kon worden gegeven, dat op eenigerlei wijze op bemiddeling wordt aangestuurd, en dat deze niet onverbiddelijk zal worden afgewezen",
wat dan beteekenen moest: niet afgewezen door een der drie oorlogvoerende Mogendheden. Dit kon uit den aard der zaak niet bevestigend
beantwoord 's
worden,
en
daarop
genoemde Minister dan ook,
heeft
heeren Verhey 's vraag aldus resumeerende
:
„of er eene zekere daad,
kon gesteld worden", geantwoord, dat zoodanige bedoeling in deze woorden (der Troonrede) niet was uitgedrukt {Handelingen, bladz. 58). Toen de heer Verhey deze verklaring van den Minister op zijn beurt in dier voege vertolkte, als had deze verklaard, dat de gevonden toestand „belette, in deze iets meer te doen" eene zekere
actie in uitzicht
(bladz. 59), repliceerde niet
sluiten,
zonder
te
de Minister daarop: „Ik
bedoeling heeft toegedicht, Ik
heb
niet
mag
dit
debat mijnerzijds
hebben opgemerkt, dat de heer Verhey mij een die
niet
in
mijne woorden
gezegd, dat de woorden, die
in
is
uitgesproken.
de Troonrede voorkomen,
beduiden, dat het Ministerie zich had voorgenomen, nooit meer iets te doen voor de Republieken, maar alleen, dat in die uitdrukking niet lag opgesloten wat de geachte afgevaardigde er in meende te moeten lezen" (bladz.
van
59).
De
neutraliteit,
blijft vooralsnog volharden bij de politiek tegenover de drie oorlogvoerende mogendheden
Regeering die
zij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's