Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 259
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
Hfst. III.
_\
§84. CALIXTUS.
251
maakt den indruk van geschreven te zijn door een deftig polyhistor, die de kerkelijke vormen nog zooveel doenlijk eerbiedigt,
maar
wezen der zaak
in het
de breuke die
liefst niet te
diep indringt, ten einde
reeds tusschen zijn innerlijke overtuiging
feitelijk
en het kerkelijke verleden bestaat, niet te sterk
Vandaar dat
geen
hij
natuur der Theologie
onderzoek
te
zich over de verhouding
;
doen uitkomen.
naar het wezen en de
van de Theologie
de overige wetenschappen slechts schuchterlijk en onsamen-
tot
hangend
uitlaat
en
;
steeds slechts op één ding bedacht
namelijk aan de recta ratio, gelijk
ook
in
die
door de
ze
instelt
de Theologische
zonde zich
feitelijk
hij
faculteit te verzekeren.
de recta
tusschen
aandient,
om
is,
ze noemt, de heerschappij
gedolven lag,
De
diepe klove,
en de
ratio
ratio,
ontkent
gelijk
wel
Clarisse
maar hij rekent er niet mede, en vandaar dat hij, hoc ook in schijn nog met de oude Gereformeerden loopende, toch feitelijk zich in een richting, aan de hunne tegenovergesteld, bewoog. niet,
§
Gcorg Calixtus.
84.
Een geheel ander verloop nam de ontwikkeling der Encyclopaedie onder de Lutheranen deels doordien hun minder ruime ;
opvatting van
hen
de Theologie de piëtisten en rationalisten onder
scherper oppositie noopte, en deels omdat de algemeene
tot
theologische
ontwikkeling reeds
in
deze periode
bijna g-eheel
naar Duitschland verplaatst werd, en alzoo tot veel uitgebreider krachtsontplooiing het
een spaak
eerst
Georg Calixtus
leidde.
(1,586
—
het Luthersch-orthodoxe wiel stak,
in
die
16,56),
mag
intusschen noch tot de piëtisten, noch tot de rationalisten gerekend
worden
;
veeleer neemt
clopaedisch zich onder hij
niet
geheel
hij
onder de Luthersche theologen ency-
hetzelfde standpunt
de Gereformeerden
weinig overnam.
Wat
plaatste,
in,
waarop Keckermann
en
uit
wiens geschriften
Calixtus van zijn Luthersche
genooten onderscheidde, was hoofdzakelijk
tijd-
zijn historische zin
en
de daaruit voortvloeiende waardeering ook van datgene, wat niet speciaal Luthersch was; een waardeering, die
soms
in zeer sterke
toeneiging tot het encyclopaedisch standpunt der Gereformeerden oversloeg. Althans in zijn opvatting van de verhouding tusschen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's