Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 298

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 298

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

2go

Woords

des

suo

„Christi

in

muneris successor", zoodat temporis, uti

tionem

tot

de

niet rechtstreeks

atque

in

nu

„inter

homines

hij

Roomsche

met Christus

(I.

De

wijs.

p.

Feitelijk alzoo een

2).

van

lieden

in rapport,

atque

sui loei

liberalem dei cogni-

intelligit,

atque promoveat"

instauret

terugkeer

parte tam praeclari

loco

optime convenire

illis

SEMLER.

Hfst. III. § 91.

2.

maar met

zijn

tijd

staan

dezen successor

Christi,

en deze heeft te weten, wat voor hen op hun standpunt

dienstig

is.

Hem

is

van wat steeds geleerd geval

in elk

hij

studie noodig, niet

weten

en spreken

te

(I.

om

voor

is

p.

In zooverre

2).

leerde,

zijn tijd, terwijl

excmplum

blijft

Christi

dus theologische

de waarheid te leeren kennen, maar

komen, hoe men

om

handelen

als successor Christi

zal.

gewone

indeeling

in disciplina exegetica, dogmatica, polemica, moralis,

en voorts

Voor deze theologische bij

en wat eisch

is,

als zedelijke persoonlijkheid het

heeft te representeeren

zelf te

wat Christus

alzoo noodig kennis, van

studie houdt Semler de

symbolica, patristica, historiae ecclesiasticae, antiquitatum et iuris ecclesiastici vetustioris niet,

gelijk eertijds,

vinden,

te

(I.

om

maar om

p.

3).

Hierbij nu gaat de exegese voorop,

door middel der uitlegging de waarheid te

weten

„Nemo

apostelen

geleerd hebben.

doctrinam

et disciplinam Christi,

komen, hoe Jezus en

te

.

.

.

nisi

mentis, quae describunt Christi vitam

Van

qui ex ipsis sacris moiui-

et res gestas,

studia nobis exhibent, ea colligerc

tolorum

zijne

potest scire atque intelligere

een principium cognitionis in de

H.

.

.

atque Apos-

didicerit"

.

Schrift

is

(I.

p. 4).

dus geen sprake

wat we uit de Schrift hebben nemen, en zelve komt de H. Schrift alleen voor als

meer. Onze ratio zal uitmaken,

over

te

monument, dat ons over historische verschijnselen Maar voorts leide de Geest ons voort en verder, waarom

historisch inlicht.

de Montanisten en andere spiritualistische secten dan ook door Semler in bescherming worden genomen, als hij zegt: „Hi si a

temeritate

et

vanitate

ab eo aberasse quod Christianorum yv&oiv

dus

niet

buitendien

alleen

ft

sit

recte

caverant,

videntur non

omnino

verurn et iustum. Crescere ruim oportet

studia atque exercitia"

(I. p. 38).

Westaan

boven het Oude Testament, waaraan Semler maar ook boven het Nieuwe.

weinig waarde hecht,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 298

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's