Parlementaire redevoeringen - pagina 417
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ONDER DE WAPENEN HOUDEN VAN
415
MILICIENS.
dan hetgeen nagenoeg letterlijk in zijn voorafgaand betoog voorkwam. Tot op zekere hoogte heeft de geachte spreker daarin gelijk. Hij vergete echter niet, dat hij de tegenstelling maakte tusschen recht en macht. Hij
heeft
zelf
En
teekend.
zijn
teekening
die
uit
aanvoerder
en
leider
als
rede
zijn
in
van
ten
positie
bleek,
dat
deze
hij
klassen in
die
niet onduidelijk ge-
zich
de
heeft
opgeworpen
maatschappij,
die
op toe te leggen om aan zich te trekken de macht van den Staat, die hij beschouwt als te zijn in handen van de tegenwoordige bourgeois-partijen. En nu, aldus de positie over en weer teekenende, meent de geachte spreker, dat wij, ons verdedigende, aldus het recht prijs gaven en met hem voor de machtsidée kozen. Dit betwist Gesteld, ons land voerde op diplomatiek gebied een ik ten eenenmale. internationalen strijd over het recht met eene andere Mogendheid en die andere Mogendheid eindigde met ons den oorlog te verklaren en ons aan te vallen. Zou men dan kunnen zeggen, dat wij, ons verdedigende als eigen Staat en eigen Mogendheid, daardoor het standpunt van het recht hadden laten varen. Neen, integendeel! Het zou juist voor de verdediging van het bestreden, betwiste en miskende recht zijn, dat wij dan de wapens opvatten. gezind
het er
zijn,
Eindelijk
de
heeft
geachte
afgevaardigde
gisteren gequalificeerd als niet parlementair.
verontschuldiging
zijn
van
bij,
zelf
zijn
interruptie
van
Hij voegde er evenwel tot
dat het door mij ten zijnen aanzien gesprokene
aard was, dat het bijna niet anders kon, of zulk een uitroep
dien
moest hem ontvallen. Echter heb ik. Mijnheer de Voorzitter, gisteren gesproken na door den geachten afgevaardigde te zijn geprovoceerd. Den heer Van der Zwaag, die zeide: ik zou van u hetzelfde kunnen zeggen, wat gij gisteren hebt gezegd aan het adres van Troelstra, zou ik willen antwoorden vergeet daarbij, dat ik hier niet begonnen gij :
ben met
te
beschuldigen; uwerzijds
hebben dus
te
beschuldigen;
als
geprovoceerden geantwoord.
Hoe was geachten
voorop dit
toch
gisteren
afgevaardigde
werd
slachtoffers
ook
wij
gesteld,
der
betoog
uit
dat
men begonnen met
is
niet
is
weder de provocatie? Deze, dat door den Amsterdam III in een breedvoerig betoog de ellende
—
en die
staking voor onze rekening komt.
geleverd:
de Regeering
geprovoceerd, maar door ons
gij
hebt
die
is
groot!
—
van de
Onder meer werd
mannen uitgemaakt voor
mis-
mannen, die door de Regeering aldus zijn gequalificeerd, worden allicht, op gezag van de Regeering, als misdadigers beschouwd door hen, bij wie zij zich aanbieden, en kunnen daardoor geen gereede plaatsing vinden. Evenwel ontken ik ten sterkste. Mijnheer de Voordadigers,
en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's